Column Rie Strikken | Twee kapiteins

Nog zes kilometer fietsen tot bestemming Onstwedde. De koepelstal van Bio-boerderij Landleven is al een tijdje in zicht. Geleidelijk gaat het vlakke Veenkoloniale gebied over in het enigszins glooiende Westerwoldse esdorpenlandschap. Wuivend graan en uitgestrekte aardappelvelden zover het oog reikt. Volkomen vredig en tevreden koersen wij zwijgend richting onze vrienden om een genoeglijke middag samen door te brengen. De laatste weken waren turbulent en emotioneel. In tijden van crisis is het bij Dolf en Della goed schuilen.

MijnBetereHelft mist zijn school nu al. Van alle kanten krijgt hij adviezen en wordt er aan hem getrokken in deze nieuwe arbeidsloze fase van zijn bestaan. Maar hij is moe en wil voorlopig even helemaal niks. Koffiedrinken bij pensionado-ex-collega meester Fons, dat deed hij afgelopen week wel. Op de lijzig-meeslepende toon, waardoor in het verleden kinderen aan zijn lippen hingen, als hij vertelde over middeleeuwse ridders en jonkvrouwen, doceerde Fons: “Kijk jongen, ik zal je eerlijk zeggen, de eerste twee jaar bij huis waren heerlijk. Maar toen Susan met pensioen ging moest ik opeens van alles: “Als jij nou de auto wast, dan wied ik de perkjes en kunnen we om 10.00 uur koffie drinken.” Je moet hele goede afspraken maken, twee kapiteins op één schip, dat is lastig. En als die afspraken niet werken dan is zij de baas. Zo simpel is het recept voor huiselijk geluk.”

We naderen de T-splitsing, waar het linksaf gaat naar Dolf en Della. Spontaan roep ik: “Laten we van Bio-boerderij Landleven even zo’n lekker Westerwolds Goud kaasje meenemen.”

Als door een wesp gestoken reageert MijnBetereHelft: “Nee hè, jij ook altijd met je impulsieve acties. We hebben afgesproken om één uur. Door je getreuzel thuis redden we dat dus al niet.”

“Ach, het komt niet op tien minuten aan. Ze weten dat we altijd wat later zijn.”

“Ja, en daar ergert Dolf zich dood aan.”

“Daar heeft hij anders nog nooit wat van gezegd.”

“Nee, maar zijn lichaamstaal spreekt boekdelen en als blikken konden doden was jij al tien keer dood geweest.” Met een ruk aan het stuur en in een hogere versnelling spurt hij er vandoor, linksaf, naar Bio-boerderij Landleven. Tegen de tijd dat ik daar ook op het erf arriveer is het kaasje al afgerekend.

Zwijgend vervolgen wij naast elkaar onze weg.

Het is half twee als Della het kaasje blij verrast in ontvangst neemt. “Ik kom zo met de koffie. Ga maar vast naar Dolf. Die zit op het terras.”

Dolf kijkt op van zijn vakliteratuur. Hij kijkt vriendelijk naar onze stuurse gezichten. Met een machteloos gebaar klaagt MijnBetereHelft: “Altijd hetzelfde liedje met haar. Dat wordt nog wat. Straks ben ik vierentwintig uur per dag opgescheept met mijn baas….”

“Jazeker wordt dat wat”, zegt Dolf. “Jullie konden altijd al goed samenwerken. Dat gaat gewoon door. Trouwens: de beste baas is een team.”


Auteur

Paul Abrahams Redacteur