Hemd van het lijf met Bennie van Dam uit Sellingen

SELLINGEN

Redacteur Paul Abrahams van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

door Paul Abrahams

In aflevering 34 is het de beurt aan Bennie van Dam uit Sellingen.

Wanneer ben je geboren?

Op 19 april 1950 in Veendam. Mijn ouders kregen acht kinderen. Ik was de tweede in de rij. Mijn opa was expediteur en vervoerde met paard en wagen goederen in opdracht van onder meer Van Gend & Loos. Mijn vader wilde de zaak niet overnemen. Hij ging aan de slag als zogeheten 'opzakker' bij de dextrinefabriek O.J. Meijer in Ommelanderwijk onder de rook van Veendam.

Naast werken in de fabriek werd veel tijd en energie gestoken in de moestuin. Er moesten dan ook heel wal monden worden gevoed. Alles kwam vers uit eigen tuin. Aardappelen en groente. In mijn beleving aten we wel drie keer in de week bonen.

Mijn moeder was ernstig astma patiënt. Ze is veelvuldig opgenomen om 'weer goede lucht te krijgen'. We hadden daarom vijf dagen in de week huishoudelijke hulp. Zuster De Groot. Een hele lieve vrouw, eigenlijk onze tweede moeder. Mijn vader smeerde 's morgens nog wel het brood, maar voor de rest runde zuster De Groot vanaf half acht het huishouden. In het weekend nam vader haar werkzaamheden over. We gingen op zondag vaak fietsen. Via Zuidlaren naar de vliegstrip in Eelde, kleine vliegtuigen kijken. Op de terugreis kregen we steevast een ijsje. Steekijs voor een dubbeltje. Mijn ouders hadden geen rijbewijs, alles ging met de fiets.

We speelden altijd buiten. Ik was best wel ondeugend. En druk bovendien. Deurtje bellen, ruitje tikken, dat soort dingen. Maar nooit iets stuk maken. We hielden ook regelmatig zeepkar wedstrijden tegen andere jongens uit de wijk. En achterste voren fietsen? Daar draaiden we de hand niet voor om. Als de 'Van Dammetjes naar binnen werden geroepen', werd het 's avonds stil op straat. Dan moesten alle andere kinderen ook thuis komen.

Wassen in de tobbe in de bijkeuken

Elke vrijdagavond werden we in de bijkeuken één voor één gewassen in de tobbe. Daarna in pyjama op de bank en dan kregen we pinda's om te doppen. Het water in de teil werd vervolgens gebruikt om de stoep te schrobben.

Ik ging naar de school aan de Middenweg. Ik wilde niet doorleren. Dan ga je maar aan het werk, zei mijn vader. Ik werd op 13-jarige leeftijd aangenomen als opperman en later als tegelzetter bij een tegelzetbedrijf in mijn toenmalige woonplaats. Het was het bedrijf van de vader van een vriendje van mij. Ook op zaterdag was ik aan het werk. 's Morgens hielp ik de petroleumboer en 's middags de bakker. Dan had ik twee keer een rijksdaalder verdiend.

Toen ik acht jaar oud was, heb ik mijn zwemdiploma gehaald. We waren kind aan huis in het Kristalbad in Veendam. Zwemles kreeg je van badmeester Derk Kuiper met behulp van een hengel en een drijfbus op de rug. Ik vond het heerlijk om te zwemmen, ook al was het water niet verwarmd. We mochten bij slecht weer wel eens in het verwarmde hokje van het zwembadpersoneel zitten om weer op temperatuur te komen. Ik heb me aangemeld bij de zwemclub Bubble en ik heb deelgenomen aan zwemwedstrijden en competitie waterpolo.

Toezichthouder in het zwembad

Ik ben in 1968 gevraagd om toezichthouder te worden in het zwembad, in combinatie met het onderhoud van de voetbalvelden. Voorwaarde was wel dat ik de cursus zwemonderwijzer moest volgen in Groningen en het EHBO diploma moest halen. Tijdens de cursus heb ik Mattie Huiting uit Gasselternijveenschemond leren kennen. In 1971 zijn we getrouwd. We hebben een dochter en een zoon en twee kleinkinderen. Onze dochter is onderwijzeres in Bourtange en onze zoon is technisch ingenieur en werkt voor AKZO veel in het buitenland.

Ik heb in Assen mijn dienstplicht vervuld als zwemtrainer van het plaatselijke bataljon. We trainden in het overdekte zwembad De Timp, maar we marcheerden van de kazerne ook naar het openluchtzwembad in Assen om daar te trainen. Sommige militairen moesten nog leren zwemmen, maar er werd ook gezwommen met zware bepakking en het geweer boven het hoofd. We zijn zelfs een keer Nederlands divisie kampioen geworden. Ik ben uiteindelijk afgezwaaid als korporaal.

Na de militaire dienst zijn Mattie en ik gaan wonen in Wildervank. We konden allebei aan de slag in het openluchtzwembad. In de winter werkten we in het overdekte zwembad in Veendam.

Zeskamp in Ahoy van de NCRV

In die periode heb ik met een team van inwoners van Veendam meegedaan aan het programma Zeskamp van de NCRV in Ahoy. Oudere lezers kennen dat programma nog wel. Bijna heel Nederland zat destijds voor de buis gekluisterd. Een fantastische ervaring. Daarnaast ben ik als leider van het zogeheten trapkar team twee keer Nederlands kampioen geworden. Er was een competitie in alle delen van het land. Er werd twee keer in de week getraind en we hadden zelfs een eigen monteur om de kar nog sneller te maken. Het leek soms wel formule 1. De competitie is uiteindelijk een stille dood gestorven, maar ik ben wel benoemd tot ereburger van Veendam.

In februari 1975 stond een advertentie in de krant. Gevraagd: eerste badmeester en instructeur zwembad De Barkhoorn in Sellingen. We hebben eerst op de kaart gekeken waar Sellingen lag. We hadden werkelijk geen idee. Toen zijn we in de auto gestapt. Een prachtige omgeving, maar het zwembad was nog in aanbouw. De opening was gepland op 21 juni. Er waren drie kandidaten, uiteindelijk is de keuze op mij gevallen.

De toegezegde dienstwoning op een kavel van 1000 vierkante meter op het terrein van het zwembad was nog niet klaar, daarom hebben we eerst twee jaar onderdak gevonden in een stacaravan op de nabijgelegen camping De Barkhoorn. In de winterperiode woonden we in Veendam. Vervolgens hebben we een huis gehuurd in Sellingen in opmaat naar de verhuizing na de dienstwoning in 1979. De woning werd gehuurd van de gemeente, maar inmiddels zijn we eigenaar. De gemeente heeft wel het eerste recht tot koop. Maar voorlopig gaan we nog lang niet weg. Het is hier fantastisch wonen. Een prachtige locatie, een kroonjuweel.

75.000 bezoekers

Er was veel belangstelling om te zwemmen. In het eerste jaar hadden we 75.000 bezoekers. Honderd tot tweehonderd zwemles leerlingen was eerder regel dan uitzondering. School zwemmen was erg populair. Mattie en ik draaiden aan de lopende band overuren. Van 's morgens zeven uur tot 's avonds half acht waren we met hart en ziel in touw. En dat zeven dagen in de week. We waren het gezicht van het zwembad. We organiseerden allerhande leuke activiteiten om het zwembad te promoten. Van een demonstratie van een stuntteam tijdens de zwemvierdaagse tot parachutespringers die bij het zwembad landden. En wat te denken van het NK jojo of het NK Klap bommetje, vernoemd naar de toenmalige wethouder Hendrik Klap. Het zag altijd zwart van de mensen. De pers was kind aan huis om verslag te doen. In de kast liggen als bewijs stapels plakboeken met knipsels. In 1978 heb ik het diploma bedrijfsleider zwembaden gehaald.

Na 25 jaar is na een bezoek van een inspecteur besloten om Mattie en mij te ontlasten. We kregen een extra medewerker voor 20 uur. Na het zwemseizoen gingen we altijd eerst op vakantie en daarna hield ik me bezig met het onderhoud van het zwembad en het terrein en de voorbereidingen op het nieuwe seizoen.

Op sommige foto's zie je mij staan met een kort broekje, ontbloot bovenlijf en een stoere zonnebril. Dat is later wel veranderd. Als we zwemles gaven, dan stonden we altijd tussen de kinderen in het water. Toen een jongetje van een jaar of zes tegen me zei: meneer, wat heeft u veel veertjes op uw borst, heb ik besloten om voortaan altijd een T-shirt te dragen.

Nooit één dag ziek geweest

Jammer genoeg is het aantal bezoekers van zwembaden de laatste jaren gedaald. Vroeger was het zwembad de plek om elkaar te ontmoeten, om met elkaar te praten. Er zijn heel wat inwoners van Westerwolde met elkaar getrouwd, nadat het vuur in het zwembad in Sellingen was aangewakkerd. Vandaag de dag zie je de kinderen en de volwassenen alleen maar op hun telefoonscherm kijken. En dan ook nog eens liever op de bank thuis dan in het zwembad.

In 2015 ben ik met pensioen gegaan. Ik ben 40 jaar badmeester geweest in Sellingen. Ik ben nooit één dag ziek geweest. In totaal hebben 4384 kinderen en volwassenen het zwemdiploma gehaald. En dat is toch een aantal waar we best trots op zijn. We zijn twee keer verkozen tot het beste zwembad van de provincie Groningen. In 2010 en in 2012. En in 2011 zijn we tweede geworden. Het is fijn om te zien dat de inspanningen worden beloond.

Naast mijn werkzaamheden als badmeester was ik betrokken bij onder meer de organisatie van de zomeravondmarkten in Sellingen. We hebben prachtige ideeën bedacht, zoals een kamelenrace en het NK koukhakken. Ook heb ik me ingezet voor het openluchttheater in het dorp. Ik was als bestuurslid verantwoordelijk voor de belichting, het geluid en de catering.

Koninklijke Onderscheiding

In 2015 heb ik een Koninklijke Onderscheiding gekregen. Ik had 's morgens eerst nog gewerkt in het zwembad en ik had om 11.00 uur een afspraak op het gemeentehuis in Sellingen om te overleggen over de werkzaamheden die moesten worden verricht na mijn pensionering. Ik heb nooit aan de Lintjesregen gedacht, wilde eigenlijk de afspraak liever afzeggen. Maar het is wel heel bijzonder als je een lintje krijgt opgespeld. Ja, dan moet je wel even slikken. Dan sla je dicht.

Hoog op de lijst van mijn hobby's stond schaatsen. Ik heb zo'n dertig keer tochten van 200 kilometer geschaatst. Natuurlijk op de Weissensee, maar ook in Italië, in Mongolië en in Japan. En in 1986 en in 1997 heb ik de Elfstedentocht uitgereden, de Tocht der Tochten. Dat zijn evenementen die je nooit meer gaat vergeten. Die je altijd blijft herinneren. Ik was een echte diesel. Bij voorkeur reed ik op kop van een groep om het tempo te bepalen.

Maar het was ook altijd fijn om langlauf routes in de regio van Sellingen uit te zetten.


Auteur

Paul Abrahams Redacteur