Hemd van het lijf met Fenneke Groenbroek-de Boer uit Veelerveen

VEELERVEEN -Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 86 is het de beurt aan pastor Fenneke Groenbroek-de Boer.

Al haar hele leven ‘zorgt’ Fenneke Groenbroek: als verpleegkundige, docent Verpleegkunde, schoolpastor, pastor en contactpersoon voor LHBTI.

Na een zorgelijke tijd thuis ging ze zelf even bijtanken. Fenneke: “Bij onze jongste zoon werd vorig jaar leukemie ontdekt. Van de levensreddende maar zware stamceltransplantatie is hij heel erg ziek geweest. Gelukkig waren de laatste bloedwaarden goed en kan hij weer normaal functioneren. Na die angstige, onzekere periode vonden mijn man en ik het tijd om de zinnen te verzetten. We zijn een paar dagen naar Leipzig geweest. Heerlijk. Het is nu wel een goed moment om even naar mijn leven tot nu toe te kijken. Hierna ben ik weer druk bezig met de voorbereidingen van de Regenboogviering, aanstaande zondag.”

Wanneer ben je geboren?

Op 10 december 1951. In Winschoten. Ik heb één broer die drie jaar ouder is. Tenminste dat dacht ik. Toen ik al uit huis was ontdekte ik dat één van mijn tantes eigenlijk mijn twintig jaar oudere zus was. Wij hebben gelukkig nog de kans gekregen om een zusterlijke relatie met elkaar op te bouwen.

Seksuele misstand

In Finsterwolde raakte mijn moeder op haar dertiende, tegen haar wil, zwanger in een omgeving die veilig leek, maar dat dus niet was. In die tijd werden zulke misstanden weggemoffeld door bijvoorbeeld het kind af te laten staan voor adoptie. Mijn grootvader, haar vader dus, een rechtgeaarde communist, sloeg echter met de vuist op tafel en zei: “Dat is aine van ons en dat blift aine van ons.”

Vervolgens is het kind in zijn gezin opgevoed. De moeder, mijn moeder, ging in de kost bij een huisdokter. Met het huishouden van die arts is zij naar Den Haag en later naar Amsterdam verhuisd.

Halfwees

Op één van haar bezoekjes aan Groningen ontmoette zij mijn vader. Het was een innige, liefdevolle relatie, als kind heb ik dat altijd gevoeld. Mijn vader was schelpenvisser. Heb je daar nog nooit van gehoord? Schelpenzuigers heetten die schepen. Daarmee werden in de Waddenzee, bij de Waddeneilanden schelpen gewonnen die gebruikt werden voor erfverharding en als grit in de pluimveehouderij.

Hij ging meestal op maandag naar zee en donderdags kwam hij weer thuis. In december 1965 is zijn schip tijdens zware storm vergaan. Zijn lichaam is op Norderney aangespoeld. Zo was ik op mijn veertiende halfwees. Dat heeft me gevormd voor de rest van mijn leven. We waren alles kwijt, we moesten uit ons mooie huis in Winschoten en mijn moeder moest de kost verdienen. In die tijd was dat niet zo eenvoudig. Zonder te klagen zette ze haar schouders eronder. Ze was een sterke, optimistische vrouw. Dat is ze gebleven tot aan haar dood. Ze is negentig jaar geworden.

Carrière

Ik ging naar de katholieke basisschool en de MULO in Winschoten. Op mijn zeventiende ging ik in het Sint Lucas Ziekenhuis in Winschoten de verpleging in. Ik heb nog les gehad van zuster Adilia. Zij hoort in het rijtje Sterke vrouwen van het Oldambt, alom geliefd en gerespecteerd. Naast operatiezuster was zij werkzaam op de kraamafdeling en was jarenlang hoofd van de verpleegkundigenopleiding.

In Winschoten heb ik ook de kinderaantekening gedaan. Werken op de kinderafdeling vond ik hartstikke leuk. Maar ik wou meer. Aan de Sociale Academie deed ik de docentenopleiding. Later deed ik de tweedegraads lerarenopleiding. In Winschoten gaf ik jarenlang les aan het Opleidingscentrum Gezondheidszorg Oost Groningen en aan het MBO Noorderpoort in Groningen.

Daar ben ik nog een jaar lang teammanager geweest. Ik kwam er achter dat ik wel een teamplayer, maar geen manager ben. Daarna werd ik beleidsmedewerker bij de dienst Onderwijs en Innovatie.

Religie

Het was in die tijd dat ik steeds meer ging nadenken over geloven in God, wat dat voor mensen in het algemeen en voor mij in het bijzonder zou kunnen betekenen. Inmiddels woonde ik met mijn man en kinderen in Veelerveen. We wilden graag wonen in een klein dorp en vonden daar een lief huis met een rieten dak. We woonden tegenover het kerkje en onze jongens kwamen door de kinderen van de voorganger in contact met de zondagsschool. Ze kwamen thuis met bijbelteksten en we gingen daarover met elkaar in gesprek. Nadat ik een Engelse film zag over hoe mensen in het geheim een bijbel moesten vertalen, dacht ik, het geloof moet toch wel iets waardevols zijn, als mensen dat met gevaar voor eigen leven doen.

Aan de Evangelische Theologische Hogeschool in Veenendaal heb ik de HBO-opleiding pastoraat en onderwijs gevolgd, naast mijn werk in het onderwijs. In 2002 studeerde ik af.

Seksuele diversiteit

In mijn werk op school was ik zijdelings in aanraking gekomen met de moeizame omgang met seksuele diversiteit, leerlingen die onzeker waren over hun geaardheid. Dat bracht mij ertoe om mijn eindscriptie hieraan te wijden. Het werd ‘Homoseksualiteit in het licht van de bijbel’ met als ondertitel: ‘het staat er toch.’

Onder meer aan de hand van de exegese van een brief van Paulus, kom ik tot de conclusie dat in de bijbel niet homoseksualiteit wordt afgekeurd, maar de uitwassen hiervan. Waar sprake is van dwang in de relatie, of zelfs slavernij, wordt die afgekeurd. Niet homoseksualiteit. Immers: uiteindelijk kiest ieder mens voor de Liefde. Het was wel even pittig, de verdediging, maar hij werd geaccepteerd.

Achteraf denk ik dat het zo heeft moeten zijn. Een paar jaar later kwamen mijn beide zonen uit de kast. De oudste toen hij eenentwintig was. Hij was twee keer verliefd geweest op een jongen en na een lange worsteling vertelde hij het aan ons. Ik heb er nooit een aanwijzing voor gezien en vond het heel erg dat ik hem niet bij had kunnen staan in zijn innerlijke strijd.

De jongste volgde een paar jaar later. Voor hem was het iets minder moeilijk, omdat hij zijn broer het proces had zien ondergaan. Inmiddels zijn we zo’n vijftien jaar verder en hebben ze allebei een mooie, stabiele relatie waar wij als ouders blij mee zijn. Wij zijn trots op onze zonen en schoonzonen.

De jaren voor mijn pensioen, van 2009 tot 2015, was ik schoolpastor op het Alfa College in Groningen. In 2012 hebben we met een theaterstuk en activiteiten daar om heen geprobeerd seksuele diversiteit bespreekbaar te maken. Het project ‘Echte Liefde’ was succesvol en kreeg zelfs een eervolle vermelding.

LHBTI

De laatste jaren ben ik actief binnen de LHBTI Westerwolde en Oldambt. Ik ben contactpersoon van de Werkgroep Geloof en Levensbeschouwing. Aan het eind van de Regenboogweek, van 7 tot 14 oktober, is in Het Witte Kerkje in Vriescheloo een Regenboogviering met als thema ‘Ken je mij?’

We hebben het over beelden die mensen kunnen hebben over lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuele, transseksuele en interseksuele mensen. We staan stil bij de situatie van LHBTI. Na afloop is er een stamppotbuffet. Iedereen is van harte welkom, aanstaande zondag, 13 oktober om 16.00 uur.

Mijn jongste zoon en schoonzoon zingen onder andere een duet met als titel ‘Ik waak over jou’ en onze schoonzoon zingt ‘Angst is maar veur eem’ van Daniël Lohues. Deze liederen staan zeker in verband met de angstige tijd van het ziek-zijn en ook met de moeite van de coming out. Ik ben zo dankbaar dat ze beiden een bijdrage kunnen leveren aan de viering.

Toekomst

In mijn agenda staan nog flink wat afspraken om voor te gaan als pastor. De dertiende, als ‘s middags in Vriescheloo de Regenboogviering is, ga ik ’s morgens voor bij jou in de buurt, in Gasselternijveen. In februari preek ik in het Refaja ziekenhuis. Ik hoop nog lang dienstbaar te kunnen zijn aan de LHBTI-zaak.

Hobby’s

Of ik nog tijd heb voor hobby’s? Ja hoor. Zingen bij het koor De Festijnse Vrouwen bijvoorbeeld, ik schilder, lees veel en doe aan nordic walking. Tuinieren doe ik een beetje omdat het moet. Gelukkig hebben we een onderhoudsarme tuin. Met mijn man maak ik graag korte stedentrips.

Gehengeld

We zijn al sinds 1981 getrouwd. We vinden het fijn om naar het theater te gaan. Mijn man speelt ook toneel. Hij zegt wel eens dat ik hem met een satéstokje heb binnengehengeld. Hoe dat ging? Nou, ik zag hem indertijd bij bar ‘Just Fancy’ in Winschoten. Ik dacht direct: ‘Dat is ‘m.’ Ik heb wat saté besteld en hem die aangeboden. Ja…en zo is het gekomen. Hij kende mij ook nog ergens van. Ik was namelijk op de televisie geweest. Ik had meegedaan aan NCRV’s Zeskamp.

‘Dus ook een sterke vrouw’, zeg je? Ja, misschien wel.”

Rie Strikken