'Mobiele bandieten' horen celstraffen eisen voor woninginbraken

Ze waren naar Nederland gekomen om wiet te roken en om familie te bezoeken. Dat zeggen ze zelf. Het Openbaar Ministerie (OM) gelooft daar niets van. Ze kwamen naar Nederland om inbraken te plegen.

‘Ze’ zijn een 20-jarige en een 24-jarige man uit Servië. In juli dit jaar zouden ze hebben ingebroken en pogingen daartoe hebben gedaan in Musselkanaal, Stadskanaal en in Anloo. Bij hun aanhouding hadden ze spullen in bezit die afkomstig waren uit de woningen waar was ingebroken. Ze zouden het vooral voorzien hebben op sieraden.

Leden van een bende

Volgens het OM maken de twee jongemannen deel uit van een clan. Leden van deze bende zouden door Europa trekken om inbraken te plegen. In Oostenrijk loopt een groot politieonderzoek naar de organisatie waartoe ook deze verdachten zouden behoren. De jongste verdachte hoorde een gevangenisstraf van twee jaar tegen zich eisen. Hij zou drie keer hebben ingebroken. Tegen de tweede verdachte werd vijftien celstraf geëist. Hij zou bij één inbraak en een poging tot inbraak zijn betrokken.

Gedupeerde doet voorstel

Twee slachtoffers dienden schadeclaims in. In beide gevallen waren hun woningen overhoop gehaald en waren ook sieraden gestolen met grote emotionele waarde. Een van de gedupeerden zei tegen de rechters: ,,Ik doe een voorstel. Als ik beide verdachten nu heel hard in hun kruis mag trappen, laat ik de claim vallen. Zo boos ben ik.’’ De rechters: ,,U zult begrijpen dat wij dat niet toestaan.’’

Hogere strafeisen

Volgens de officier van justitie is hier sprake van mobiel banditisme. De verdachten voldoende aan de criteria: ze trekken rond, hebben geen vaste verblijfplaats en verdwijnen net zo snel als ze zijn gekomen. Het OM hanteert in dit soort zaken hogere strafeisen.

De verdachten gaven de inbraak in Musselkanaal toe. Het motief: ze hadden een coffeeshop bezocht, ineens was het geld op en toen hadden ze honger. Een van de rechters: ,,Honger? Dat snap ik niet. Met gestolen sieraden kun je in een supermarkt toch geen eten kopen?’’

De uitspraak is over twee weken.