Hemd van het lijf met Sint Nicolaas uit Spanje/Ter Apel

TER APEL - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 92 is het de beurt aan bisschop Sint Nicolaas uit Spanje/Ter Apel.

Het programma van de intocht van Sint Nicolaas liep weer gigantisch uit. Na het officiële gedeelte nam de Goedheiligman alle tijd om met kinderen op de foto te gaan. In een voorbespreking zei de bisschop dat alle kinderen hem even lief zijn, maar hij hoopt vurig de twee jongeren met Down-syndroom die meestal vooral staan, weer te zien. En het van oorsprong Syrische gezin dat altijd voltallig aanwezig is. Pas nadat het allerlaatste kind in de lange rij een aai over de bol had gekregen, trok hij zich terug.

Uw verslaggever voelt zich zeer vereerd dat zij op audiëntie mag.

De ontvangst bij Sint Nicolaas voelt als een warm bad in een ontspannen sfeer. Monseigneur zit in het City Hotel van Stadskanaal aan het hoofd van een lange eettafel, rijkelijk gedekt met miswijn, snoepgoed en ander lekkers. De mijter staat naast hem op een piëdestal, in de witte baard zitten wat bruine kruimeltjes.

Uw verslaggever krijgt geen kans voor de correcte begroeting, met knielen “ach mevrouw, laat die malligheid achterwege” en het kussen van de bisschopsring “als zelfs mijn hoogste baas, de paus, niet wil dat men zijn ring kust, dan hoeft het van mij ook niet meer. Neemt u plaats. U blieft vast een kopje koffie. Zwart, volgens mijn informatie.

In het Grote Boek staat vermeld dat u gruwelt van slappe thee. En neemt u gerust van die zalige speculaasbrokken, tast toe. Ik zeg al jaren dat die van Cees Blom de lekkerste zijn, maar nu heeft die jongen er officieel een eerste prijs mee gewonnen. Ja, schrijft u dat maar op. U Veenkolonialen bent altijd veel te bescheiden. Er is zoveel waar u trots op mag zijn.

Om maar met uzelf te beginnen: Uw mooie weekbladen, Kanaalstreek en Ter Apeler Courant. In mijn Wijze Werkkamer in het klooster van Ter Apel, legt Zwarte Iet, mijn onvolprezen secretaresse, elke morgen een Dagblad van het Noorden voor mij klaar. Voor het regionale nieuws aangaande uw Veenkoloniën is die volstrekt onvoldoende. Ik ben altijd blij als de Ter Apeler Courant komt. De bezorging mag dan niet optimaal zijn, digitaal red ik mij er steeds beter mee. Voor assistentie kan ik, zoals ook voor alle andere huiselijke aangelegenheden, een beroep doen op Zwarte Iet. Nee mevrouw, dat verzin ik niet. Zo heet deze buitengewoon bekwame dame. À propos bekwame dame: wat is uw eerste vraag”?

Wanneer bent u geboren?

“In 280. In Lycië, vroeger was dat Turkije. Ik heb één zus. Daar wil ik liever niet teveel over kwijt. Zij is namelijk het zwarte schaap van de familie. Zwarte schaap, mag ik dat nog zeggen? Zwarte Piet mag in Nederland eigenlijk niet meer, begrijp ik. Mijn zwarte Pieten zijn daar verdrietig over. Discriminatie noemen ze dat. Ik stel ze gerust door te zeggen dat in Nederland veranderingen snel gaan. We komen hier nu al bijna zeventienhonderd jaar en elke tijd heeft zo zijn eigenaardigheden. Over een paar jaar is dit weer overgewaaid. Tot die tijd laten we de roetveegpieten het meeste werk doen en drukken de Zwarte Pieten hun snor.

Problemen

Men maakt zich in Nederland druk om mijn Pieten, de boeren, CO2 en PFAS. De huidige generatie heeft zo’n kort geheugen. Zo lang ik mij kan herinneren heeft de aarde altijd haar echte probleem, namelijk overbevolking, zelf opgelost. Door middel van een epidemie van cholera, pest of pokken bijvoorbeeld. Soms helpt de mensheid een handje, met een oorlog of zo. Dat zullen de mensen nu ook moeten doen, niet met een oorlog natuurlijk, lieve help, nee zeg, wel door zuiniger te zijn op deze planeet.

Maar ik dwaal af, een oude mensen dingetje. We waren bij mijn zus gebleven. Zij heeft mij een bijzonder nare poets gebakken, maar de tijd, en zeker veel tijd, zo’n vijftienhonderd jaar in ons geval, heelt alle wonden. Wij hadden weer vrede gesloten. Maar in 2016 vond zij het nodig om een biografie te schrijven, waarin ik tamelijk onvoordelig voorgesteld werd. Sindsdien praten wij eigenlijk niet met elkaar.

Het is maar goed dat onze ouders dat niet meer hebben meegemaakt. Zij waren notabelen van de stad, uitgesproken vroom en zeer praktiserend gelovig. Tegenwoordig zou men dat extremistisch noemen.

In onze jeugd waren mijn zus en ik erg close. Na mijn bisschopswijding werd de afstand tussen ons groter. Toen ik over telepathische gaven bleek te beschikken en wonderen kon verrichten werd ze ronduit jaloers.

Kindervriend

Kinderen zijn altijd al gek met mij geweest. Want, wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is krijgt zout. Kinderen zijn gebaat bij duidelijkheid. Gelukkig zijn de meeste kinderen zoet. De ouders, daar heb ik tegenwoordig veel meer werk van. Ze bemoeien zich overal mee. Willen weten of het snoepgoed wel veganistisch is, het speelgoed duurzaam geproduceerd, de Arbo- maatregelen van de Pieten worden nageleefd op schoorstenen van vóór 1950 en of Ozosnel en ik ons aan de rijtijdenwet houden ….

Ik kom op alle scholen en daar zie ik hetzelfde probleem. Die werkdruk van de meesters en juffen, waar iedereen het tegenwoordig over heeft, die bestaat voor veertig procent uit onnodige aandacht voor over-betrokken ouders. Ach, mijn tijd zal het duren, zoals gezegd, over honderd jaar is dit overgewaaid. Maar het bedroeft mij zeer dat lieve, jonge, gemotiveerde leerkrachten gedesillusioneerd het onderwijs de rug toe keren.

Desalniettemin weet ik zeker dat het goedkomt. Met de ouders, de kinderen, de leerkrachten, de hele aarde. Zo’n intocht als vandaag, daar worden wij toch allemaal blij van? Ik ben moe maar voldaan. De nazit hier in het hotel in Stadskanaal is altijd perfect verzorgd zodat ik na een kleine pauze door kan naar Ter Apel, alwaar ik na de intocht warm word ontvangen door mijn lieve Zwarte Iet en haar team van het klooster.

Klooster Ter Apel

Sinds jaar en dag resideer ik daar tot mijn verjaardag. Twee keer per dag ontvang ik er schoolklassen voor educatieve en vermakelijke rondleidingen. Er zijn zat mooie hotels in de Kanaalstreek, maar in een klooster voel ik mij als geestelijke toch het meest op mijn gemak. Niet in de laatste plaats door de aanwezigheid van Zwarte Iet. Zij doet mijn oude hart net wat sneller kloppen.

Ik zie met belangstelling hoe de paus voor priesters in het Amazonegebied de regels ten aanzien van het celibaat wil versoepelen omdat daar een groot priestertekort is. Ook in de Kanaalstreek is, meen ik, voor vijf parochies maar één priester … dat geeft mij hoop voor de toekomst. Ik ben dan wel de jongste niet meer, maar Zwarte Iet is in feite ook geen Zwarte Iet meer, eerder een Grijze Iet. Wij zouden het nog leuker met elkaar kunnen hebben dan het nu al is… En als ik het niet meer mag meemaken, dan is dat ook geen ramp. Bij gebrek aan een vrouw heb ik immers een huis vol met Pieten in soorten en maten, in geuren en kleuren.

Rie Strikken