Hemd van het lijf met Janneke de Jongh-Seldam uit Jipsingboertange

JIPSINGBOERTANGE Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 120 is het de beurt aan gastvrouw Janneke de Jongh-Seldam uit Jipsingboertange.

Het zorgen zit in haar genen: haar ouders runnen al jaren met hun hele ziel en zaligheid een theetuin met B en B. En net als haar moeder ging ook Janneke de Jongh weg uit Groningen, om weloverwogen terug te keren en haar geluk hier te beproeven.

In oktober vorig jaar kocht ze samen met haar man een mooie accommodatie met drie appartementen en theehuis. Corona gooide roet in het eten. Inmiddels ziet de toekomst er zakelijk gezien al weer beter uit.

En privé was het gezin vanaf dag één helemaal happy in Jipsingboertange. Janneke steekt de straat over en wandelt in haar privé-bos, Wilco moest aanvankelijk maar gewoon mee naar Groningen, maar wil inmiddels niet eens meer terug. De kinderen kwamen op school in een warm badje. Terug naar haar roots voelt goed.

Wanneer ben je geboren?

Op 18 juni 1982. In Rotterdam. Mijn vader was TD’er bij een scheepsmotorenfabriek. Ook thuis was hij altijd bezig. Hij kon gewoon niet stil zitten, dat kan hij nog steeds niet.

Gelukkig was mijn moeder altijd thuis bij ons, mijn oudere broer en zus en mij. We zien elkaar veel, helpen elkaar over en weer. Wij zijn nogal close.

Wildervanksterdallen

Mijn moeder is een geboren Groningse. Ze wou graag terug. In 1985 verhuisden we van Rotterdam naar Veendam. In 1997 kochten mijn ouders een donker, oud, uitgeleefd boerderijtje in Wildervanksterdallen, waar ze theetuin ‘De Kainstobbe’ begonnen.

Ik zat midden in de puberteit. Vond het vreselijk. Niemandsland noemde ik het. Het was een half uur fietsen naar mijn school, de MAVO op het Winkler Prins in Veendam. Het enige positieve was dat er een buitenzwembad bij was en een sauna. Eenmaal daar wonend viel het eigenlijk wel mee. Hoewel het zwembad en de sauna vlot verwijderd werden: daar hadden ze veel te veel werk van.

Zorgen

Al vrij snel was ik het enige kind dat nog thuis woonde. Ik begon het er toch wel fijn te vinden, de ruimte, het zorgen. Als ik uit school kwam hielp ik mijn moeder op het terras, maar meestal in de keuken. Soms, als het niet druk was, namen we stiekem samen een appelgebakje.

En mijn vader was altijd thuis! Altijd aan het klussen. In het huis of buiten op het enorme erf. Hij realiseerde er een speeltuin, appelboomgaard van oude appelrassen en trekkershutten. Toen is ook bij mij het idee ontstaan om iets als een theetuin te gaan doen of met cliënten te gaan werken.

In het laatste jaar van de opleiding SPW mocht ik stage lopen op een zorgboerderij. Dat was helemaal mijn ding! Op mijn diploma staat zelfs: ‘Deze dame heeft binnen een aantal jaren een zorgbedrijf.’

Mijn moeder begon voorzichtig te polsen of ik het bedrijf niet wilde overnemen…. Daar is jaren later kort sprake van geweest, maar dat hebben we toch niet gedaan. We hadden dit hier in Jipsingboertange gezien. We reden er eens langs en waren eigenlijk op slag verliefd. Op de plek, het huis. Maar we dachten: we kunnen het toch niet betalen.

Wilco

Mijn eerste baantje was bij een zorgboerderij in Oude Pekela. Ik was in 2002 op mezelf gaan wonen. Cliënten hadden mij op Relatieplanet gezet en in 2004 kreeg ik contact met Wilco uit Waardenburg. Na een jaar chatten en msn’en spraken we voor het eerst af in Assen op een parkeerplaats. Ik had de hond van mijn ouders en van mezelf mee, voor het geval dat het tegenviel, dan hadden we afleiding. We hebben gewandeld bij de Sterrenwacht in Westerbork.

Het klikte meteen en aan het eind van die dag hebben we samen wat gegeten. Een half jaar lang gingen we in de weekends over en weer naar elkaar toe. Totdat ik de ziekte van Pfeiffer kreeg. Toen ben ik gestopt met het werken op de zorgboerderij en bij Wilco gaan wonen. Eind 2005 gingen we echt samenwonen. Ik werkte in de zorg, had onder andere PGB-cliënten.

Op 3 juni 2016 zijn we getrouwd. Na tien jaar had Wilco mij eindelijk, op het strand van Scheveningen, gevraagd. De kindjes waren erbij. Sanne in een mini trouwjurkje en Mylo had een pakje aan.

Sanne was in 2009 geboren. Het idee om terug te gaan naar Groningen begon toen bij mij al te sluimeren.

Verdriet

Mede omdat Wilco zijn moeder nog leefde, en we bij haar in de buurt wilden blijven, verhuisden we een jaar later naar een groter pand, waar Wilco met zijn bedrijf ook beter uit de voeten kon.

Echter, in mei 2011 overleed Wilco zijn moeder en op 11-11-2011 overleed onze dochter Isabel een dag voor de geboorte. Voordat we afscheid van onze dochter moesten nemen wilden wij haar eerst verwelkomen. Praten is voor mij rouwen. Ik had vijftig cakejes gemaakt voor het kraambezoek van familie en vrienden…. We zijn toen driekwart van onze vrienden kwijtgeraakt.

Ik voelde me steeds meer gevangen in Waardenburg, dacht: “Wat doen we hier?”

Voorzichtig begon ik op Funda te kijken naar woningen in Groningen. En naar B en B’s.

Alternatieve circuit

In december 2012 kwam Mylo. Toen Sanne vier was begon ze ‘stemmen’ te horen, ze sprak met Wilco’s overleden moeder en er knipperden spontaan lampen in ons huis. Ik raakte steeds meer in een isolement. We zochten ons heil in het alternatieve circuit. Sanne was te jong om zich het verlies van haar zusje te kunnen herinneren, maar volgens de natuurgenezer had dat er in haar onderbewuste wel mee te maken. We legden salie in haar kamer en ze werd rustiger. Een tijdlang gingen we er helemaal in op. Wilco en ik gingen cursussen volgen.

Sinds het ons na een moeilijke fase weer goed gaat is dit een gesloten boek. Wilco doet nog wel eens een beetje aan Reiki, maar dat is ook alles.

Jipsingboertange

In 2019 bleek dat het object in Jipsingboertange niet zo onbereikbaar was dan wij dachten. De eigenaars hebben er altijd met veel plezier en liefde gewoond. Zij gunden het ons, omdat ze dezelfde affiniteit bij ons merkten. Ze hebben ons heel erg geholpen. Per 1 oktober konden we erin.

Omdat ik graag wou dat Sanne en Mylo met ingang van het nieuwe schooljaar naar hun nieuwe school zouden gaan hebben we, nadat we ons huis in Waardenburg verkocht hadden, die zomer bij mijn ouders in Wildervanksterdallen gewoond. Dat vond mijn moeder fijn. Ik hielp haar een beetje, zoals vroeger.

Niet meer terug

Vanaf de eerste dag voelden wij ons hier op onze plek. Na een moeilijke periode zit het mee. Met Sanne hebben we een aantal scholen bezocht. Ze koos zelf voor de Heilig Hart school in Kopstukken. We zijn er zo hartelijk ontvangen. Sanne fietst er ‘s morgens met vriendinnen naartoe en ik ben er als ouder ook al actief. Het is net alsof we er al jaren bij horen. Mylo gaat naar de Kentalis school in Emmen. Hij heeft, net als Sanne, TOS (Taal Ontwikkelingsstoornis R.S.). Hij gaat heel graag naar school, bloeit helemaal op.

En Wilco, die in eerste instantie maar gewoon mee moest, wil niet meer terug. Voor zijn bedrijf moet hij een paar dagen in de week naar Waardenburg, daar heeft hij nog een kantoor waar hij ook overnacht. De andere dagen knappen we samen het huis, de appartementen en de tuin op.

Vanaf oktober vorig jaar klusten we en hadden al veel boekingen voor de appartementen die klaar waren. Die werden allemaal geannuleerd door de corona crisis.

We dachten: ‘nee hè… het zal ons ook eens een keer voor de wind gaan…’

Gelukkig hadden we Wilco zijn inkomen nog. En inmiddels zijn we weer optimistischer. De gasten beginnen weer te komen.

Vertrouwen in de toekomst

Wat ik voor de toekomst graag wil? Dat deze onderneming een succes wordt. Maar daar hebben we vertrouwen in. We willen in ieder geval nooit meer weg hier. Ik wil ook graag de theetuin verder ontwikkelen. Daarin heb ik mijn moeder als voorbeeld. We voelen ons hier zo goed.

Vroeger deed ik aan volleybal en speelde klarinet in de harmonie van het Winkler Prins.

Nu geniet ik van mijn gezin, klus graag thuis en ik hou van tuinieren, daar kan ik me in uitleven.

En als ik de straat oversteek kan ik wandelen in mijn privé bos, wat ik vaak doe met de hond.

Hoe dan ook: Ik lééf weer!”

Rie Strikken