Kapen de grote jongens de schaarse ruimte op het Drentse stroomnet?

Slecht nieuws voor mensen met plannen voor zonnepanelen of een eigen windmolen. Het Drentse elektriciteitsnet zit voor de komende vijf jaar vol. Hoe gaan we om met deze schaarste?

Menigeen vindt het leuk zelf zijn groenten en fruit te kweken. Wat je overhoudt, zet je in een kastje bij de weg, zodat passanten het voor een paar eurootjes kunnen meenemen.

Zo is het tegenwoordig ook met elektriciteit. Je legt zonnepanelen op je dak, of belegt er een veldje mee dat verder geen functie heeft. Je doet het op eigen houtje of samen met je dorpsgenoten of voetbalclub. De stroom die je zelf niet verbruikt, kan naar het openbare net. Goed voor het milieu, voor de saamhorigheid en je kunt er nog een paar centen aan overhouden.

Er kan tot 2025 niets meer bij

Helaas. Tot 2025 is er in de provincie Drenthe nauwelijks ruimte voor dit soort initiatieven. Dit blijkt uit de Regionale Energie Strategie. Dat is een plan dat de provincie Drenthe, de gemeenten en de netbeheerders Enexis en Rendo samen hebben opgesteld. Wat blijkt: er zijn al zoveel plannen gerealiseerd, of in voorbereiding, dat er tot 2025 niets meer bij kan. Het elektriciteitsnet kan het simpelweg niet aan.

Han Slootweg, manager innovatie bij Enexis, en Eddy Veenstra, directeur van Rendo, leggen graag uit hoe dit kan. „Drenthe is een dunbevolkte provincie en daarop is het net gebouwd”, zegt Veenstra. „We zijn er altijd vanuitgegaan dat we alleen stroom hoeven te leveren.”

„Ja, meestal gaat het om woningen, een supermarkt en wat andere voorzieningen”, vult Slootweg aan. „Maar in Drenthe is dus wel heel veel ruimte voor windmolenparken en zonneparken. Dat merken we aan de projectontwikkelaars die zich melden.”

‘Grote stappen, snel klaar’

Statenlid Peter Zwiers (PvdA) ziet deze ontwikkeling met lede ogen aan. De sociaaldemocraat maakte zich in het verleden al druk over voetbalvereniging Nieuw-Buinen, die wegens de beperkte netcapaciteit een subsidie om het dak van het clubgebouw met zonnepanelen te beleggen, niet kon verzilveren.

Na interventie van Zwiers’ partijgenoot en Tweede Kamerlid William Moorlag, ging minister Eric Wiebes (VVD) van Economische Zaken overstag en kon er via een omweg toch ruimte worden gevonden voor het initiatief van de voetbalclub en voor enkele soortgelijke plannen in de regio. Daarmee leek een oplossing in zicht, maar nu blijkt dat dit toch geen soelaas biedt. De voetbalvereniging heeft volgens voorzitter Siert van der Laan te horen gekregen dat de oplossing stuit op problemen met de mededingingswet. Te vrezen valt dat dit soort problemen de komende jaren dus veel vaker de kop opsteken.

Projectontwikkelaars willen graag grootschalige energieparken aanleggen, waardoor de overgang naar groene energie zich in een ‘grote stappen, snel klaar’ scenario zou kunnen voltrekken. Zwiers waarschuwt voor de nadelen die daaraan kleven. „Mensen moeten straks tegen grote zonneakkers aankijken, maar kunnen zelf hun plannen niet verwezenlijken. Dat gaat veel wrijving geven.”

‘Wie het eerst komt, het eerst maalt’

Zwiers pleit voor meer ruimte voor initiatieven vanuit de bevolking. Die zijn kleinschaliger, waardoor de energietransitie misschien minder snel gaat, maar die zullen wel tot minder frustraties en onvrede bij inwoners leiden. Uiteindelijk kom je daar verder mee, voorspelt Zwiers.

Kunnen Enexis en Rendo niet voorrang geven aan kleinschalige initiatieven met omwonenden? Nee, zeggen Slootweg en Veenstra in koor. Deze bedrijven zijn in handen van de overheid. „We moeten alle partijen een gelijk speelveld bieden. Dus geldt het principe ‘Wie het eerst komt, het eerst maalt’.”

Toch hebben gemeenten volgens Slootweg wél mogelijkheden om kleinschalige burgerinitiatieven te steunen. „Gemeenten moeten een projectontwikkelaar de vergunningen verlenen. Daarbij gaat het vooral om de ruimtelijke inpassing. Daarnaast kunnen gemeenten eisen dat bijvoorbeeld omwonenden de mogelijkheid krijgen om aandeelhouder te worden in een zonnepark. Zo kun je de inwoners er toch bij betrekken.”