Hemd van het lijf met Harm-Jan Riksen uit Stadskanaal

STADSKANAAL Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf. In aflevering 125 is het de beurt aan doener Harm-Jan Riksen uit Stadskanaal.

Hij heeft een grote “organisatiebehoefte”, energie voor tien. Op enig moment mijmert Harm-Jan Riksen: “op de middelbare school vonden ze mij waarschijnlijk een dikke snakkerd… misschien nu nog wel. Maar dat kan me niks schelen. Met het ouder worden ben ik milder geworden. En tien jaar Zweden heeft mij gevormd. Ik heb zoveel Zweedse cultuur in mij, dat heeft mij wezenlijk veranderd. De Zweedse ‘lagom-mentaliteit’: de kunst van ‘precies genoeg’. Niks multitasken, één ding tegelijk en dat goed doen. Af en toe ‘fika’, even de rem erop. Quality-time met familie, vrienden. Dat komt de prestatie ten goede. Dan krijg je constante kwaliteit. Dat is voor de Zweden belangrijk: kwaliteit. Nu, na twaalf jaar Nederland is mijn hart op twee plekken: ik koester het goede van Zweden, maar laat toch de agenda weer vollopen …” Uw verslaggever kent de manager, de musicus, kortom, de mooie-maatpakken-man Harm-Jan Riksen. De rasechte bouwvakker in een bouwput achter zijn huis is nieuw. Verbaasd vraag ik: “doe je dat zelf?” “Ja”. “Heb je dat vaker gedaan?” “Nee.” Klinkt als: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”

Wanneer ben je geboren?

“Op 26 december 1968. In Stadskanaal. Mijn vader was architect, mijn moeder secretaresse.

Ik heb een oudere zus en een jongere broer. Na de Willibrordschool heb ik op het Ubbo met heel veel plezier zeven jaar over de HAVO gedaan. Ik was onder andere klassenvertegenwoordiger, redactielid van de schoolkrant: organiseren was mijn lust en mijn leven. Naast muziek. Heel lang ging al mijn geld op aan singletjes. Ik was tegendraads, lastig. In HAVO-4 stond conrector Ben Rekker tegenover mij. Hij wapperde met een enveloppe in zijn hand: ‘Harm-Jan jongen, deze brief gaat naar je moeder. Er staat in dat je van school moet.’ “Bam! Die had ik niet zien aankomen! Ik ben gaan praten met een paar leraren en kreeg nog een kans. Van mijn moeder moest ik naar een huiswerkinstituut in Assen. Onder een Spartaans regime was ik daar na schooltijd tot 22.00 u. Naar huis, direct naar bed en de volgende morgen weer naar school. Er was domweg geen tijd meer voor iets anders. Toen ik zestien was overleed mijn vader. Ik werd in de omgang nog lastiger, cynischer.

Marjon

En opeens was daar, afkomstig van MAVO ‘t Spieck in Onstwedde, die nieuwe, sprankelende meid. Wauw! Bij het instappen in de bus naar de introductieweek haakte ik haar pootje en ze viel. Maar die ontwapenende glimlach bleef. Onbevangen, positief en liefdevol brak ze steen voor steen, behoedzaam, de muur van zelfbescherming die ik om mijn verdriet en eenzaamheid heen had gebouwd af. In haar ouderlijk huis werd ik warm ontvangen en leerde ik dat ik me kwetsbaar kon opstellen: er overkwam me niks van. Integendeel. Terwijl Marjon doorstoomde naar VWO en medicijnen ging studeren, maakte ik de HAVO af en begon aan HTS Technische Bedrijfskunde. In Groningen gingen we, ergens halverwege onze studie, samenwonen.

HIAB

Na mijn afstuderen kon ik in Meppel aan de slag als productmanager bij HIAB, een mooi Zweeds bedrijf. Na twee weken vroegen ze of ik een paspoort had en werd ik naar Oostenrijk gestuurd. Ik had nog nooit gevlogen, maar vond snel mijn weg. Zweedse bedrijven zorgen goed voor hun personeel. De achterliggende gedachte is, dat als werknemers goed in hun vel zitten, ze ook beter presteren. In het begin zat ik ’s avonds op zo’n zakenreis wel eens met plaatsvervangende schaamte bij een heel gezellig samenzijn op kosten van de baas, maar ook dat wende snel. Alleen in Amerika en Australië ben ik niet geweest, verder kwam ik over de hele wereld. Marjon liep ondertussen coschappen in Zwolle. Toen ik aangenomen was bij HIAB kwam ik thuis in Groningen en deelde haar min of meer mede dat we in Meppel gingen wonen. Dat zag zij absoluut niet zitten. Als je Meppel alleen kent vanuit de trein, dan is het een tamelijk troosteloze plaats, maar we huurden een mooi, klein huis in een nieuwe wijk. We hebben er met veel plezier gewoond. Binnen de kortste keren waren er straatfeesten en straat barbecues. Drie keer raden wie die organiseerde. In 1996 zijn we getrouwd. Voor Middeleeuws Ter Apel zochten ze mensen die in middeleeuwse setting in het echt wilden trouwen. Dat hebben wij gedaan.

Zweden

Bij HIAB Meppel waren voor mij weinig carrièremogelijkheden. Op het hoofdkantoor in Zweden meer. Voor Marjon leek de Zweedse ouderschapsregeling een ideale manier om kinderen te combineren met haar studie. In Hudiksvall waren ze blij met de komst van een basisarts die gynaecoloog wou worden. Zo begon ons Zweedse avontuur. Een weldadige cultuurschok. De Zweedse cultuur heeft mij wezenlijk veranderd. Met name mijn omgang met kinderen. Wij meldden onze Emma van zeven maanden aan voor de crèche en werden vol ongeloof aangekeken. Kinderen zijn heel belangrijk voor de Zweden. De opvang is fantastisch, maar pas vanaf een jaar. De Zweden zeggen: ‘zorg eerst maar eens dat je kind een jaar oud wordt’. Marjon heeft noodgedwongen vijf maanden thuis gezeten. Wat ze trouwens fantastisch vond. Ze had alle tijd voor ons kind, deed onder andere een spoedcursus Zweeds. We wilden graag eens een keer weer samen naar de film. Ik vroeg aan kennissen of ze een avondje op Emma wilden passen. Ik kwam thuis en zei tegen Marjon: ‘misschien is mijn Zweeds nog niet goed genoeg, maar ik geloof dat ik iets heel fouts heb gezegd …’. Ze kwamen wel oppassen, maar eigenlijk was het not done. De Zweden zeggen: ‘jij wou toch graag een kind? Nou, dan zorg je er maar voor.’ Je blijft de eerste tijd thuis, of je neemt het kind mee. Naar een restaurant bijvoorbeeld. In Nederland zie je in een restaurant hooguit vijf kinderstoelen, in Zweden wel vijftien. Kinderen zijn gelijkwaardige mensen. Worden snel zelfstandig. Wij voeren onze peuters: hapje voor mama, hapje voor papa, mondje afvegen. De Zweden geven hun kind een bord en een lepel. Dat wordt natuurlijk eerst een smeerboel, maar óf zo’n kind vlug eet! Veel sneller dan bij ons. Er zijn weinig regels. Maar ze worden vanzelf achttien. Hoe ze toch volwassen gedrag leren? Door het voorbeeld van de ouders te kopiëren.

Pipi Langkous huis

We waren gelukkig in ons kleine Pippi Langkous huis aan een meer. Marjon werd gynaecoloog, we kregen Bas in 2001. We waren helemaal ingeburgerd, hadden een fijn netwerk. Net als de Zweden leefden we met de seizoenen: leerden wanneer en waar we de mooiste cantharellen vonden, dat het belangrijk was om op het juiste moment de wintervoorraad hout op orde te hebben. We leefden ‘lagom’: Doe een ding tegelijk en doe dat goed. In 2005 werd Tim, onze jongste, geboren. Ik bleef een jaar thuis. In die tijd begon ik voor mezelf. Mijn bedrijfje Mezzage liep direct als een trein. We kochten ons droomhuis, met de kont in het bos en blik op het water.

Stadskanaal

Op familiebezoek in Stadskanaal attendeerden vrienden ons erop dat er in het ziekenhuis meerdere vacatures voor gynaecoloog waren. Tja … Mijn moeder is inmiddels overleden, maar op dat moment leefden beide moeders nog. En de kinderen hadden een gunstige leeftijd om de overgang te maken. Na lang wikken en wegen besloten we terug te komen. Het was 2008. Op het dieptepunt van de crisis arriveerden we in Stadskanaal. Voor mijn bedrijf was weinig werk. Marjon ging aan de slag in het ziekenhuis. Ik bleef een half jaar thuis om de kinderen te helpen acclimatiseren.

Binnen no time coördineerde ik op school het brigadieren, dirigeerde het kinderkoortje en schreef drie musicals voor het afscheid van groep acht. En ik rolde maatschappelijk weer in van alles: verrassend Stadskanaal, gaf Zweedse les. Op dit moment ben ik nog bestuursvoorzitter van de Kunstenschool, zit in de Raad van Commissarissen van de RABO-bank. Sinds 2014 ben ik in opleiding tot wiskundeleraar, nadat ik op het Noorderpoort kort inviel. Ik ben nooit meer weggeweest. Binnenkort studeer ik af. Incidenteel doe ik via Mezzage nog klusjes, een dagvoorzitterschap of zo.

Toekomst

Wat mijn toekomstplannen zijn? Eerst maar eens deze bouwput weer dicht. De moeder van Marjon woont sinds kort bij ons in. Daarvoor maken we een uitbouw aan het huis. Muziek is mijn grote passie. Met vrienden speel ik in wisselende samenstellingen in bandjes en projecten, we maken muzikale trips. We hebben het goed. Ik hoop oud te worden met Marjon. Ze is nog net zo sprankelend en inspirerend als vierendertig jaar geleden.”

(tekst Rie Strikken)