Hemd van het lijf met Bianca Kruize

SELLINGERBEETSE - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 130 is het de beurt aan Bianca Kruize uit Sellingerbeetse.

Ze mag dan door haar ziekte 'maatschappelijk gediskwalificeerd' zijn, zoals ze dat zelf noemt, uitgerangeerd is ze allerminst. Bianca Kruize had op haar vijfendertigste al veel leuke dingen gedaan, waar anderen alleen van kunnen dromen. Ze had een internationaal en behoorlijk enerverend leven geleid. In alle opzichten. Haar wilde haren was ze wel zo’n beetje kwijt toen ze haar man ontmoette en met hem bewust in rustiger vaarwater terecht kwam. Sinds 2010 wonen ze in Sellingerbeetse. Ze is er maatschappelijk zeer actief.

Wanneer ben je geboren?

"Op 23 september 1969. In Groenlo. Als enig kind. Mijn vader was rijschoolhouder, mijn moeder huisvrouw. Na de basisschool en het VWO plus begon ik in Leiden aan een studie Japanse Taal en Cultuur, die ik niet afgemaakt heb. Ik kreeg de kans om voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken te gaan werken op de Nederlandse ambassade in Japan.

Diplomaat

Na Japan werd ik als diplomaat voor twee jaar uitgezonden naar Soedan. Een wereld van verschil, maar ik vond het werk fantastisch. Saai was het nooit. Spannend soms wel. Er volgden landen over de hele wereld.

Bijzondere Opdrachten

Als ambtenaar Bijzondere Opdrachten werd ik overal ter wereld waar het nodig was voor kortere periodes ingezet. Ik zat vooral in het Midden-Oosten, Rusland en Afrika. Ten tijde van de Balkan oorlog zat ik voor de OVSE in Bosnië. Daar ben ik langer gebleven om in 1996 in Sarajevo een ambassade te openen.

In Noordwijkerhout had ik als uitvalsbasis een appartementje, waar een wasmachine en koffers stonden. Zelf was ik er bijna nooit.

Opgesloten

De jaren in Algerije waren het minst prettig. In Algerije zat ik op een afgesloten compound. De compound verlaten was levensgevaarlijk. Dat mocht alleen in gepantserde auto's en met bodyguards. Je zat er als het ware opgesloten.

Rust

Zo na de eeuwwisseling had ik behoefte aan wat meer rust en vastigheid. Ik werkte toen op het ministerie in Den Haag, maar kocht een huis in Groenlo. Ook om wat dichter bij mijn familie te zijn.

Diederik

In 2005 ontmoette ik Diederik. Onze eerste date was op neutraal terrein. We hadden allebei onze twee honden meegenomen, want tussen hen moest het wel klikken. Dat was een eerste vereiste. Gelukkig was dat het geval en binnen drie maanden woonden we samen in Diederik zijn huis in Bodegraven. Ik was toe aan een soort van 'huisje-boompje-beestje'. Over trouwen hebben we het wel eens, maar op de één of andere manier komt het er maar niet van.

Sellingerbeetse

We kregen steeds meer de behoefte aan rust. Geen drukte meer. Westerwolde hadden we al leren kennen. We spraken af dat we zouden gaan als een van ons een vaste baan had. Diederik vond werk in de scheepvaart. We kochten dit prachtige huis naast kerkje 'Opwaarts'. Ik hield me bezig met het inrichten van het huis en de tuin en inburgeren. Ik bak graag. De mensen in de buurt kennen me van mijn baksels. Als er in het kerkje wat te doen was, een markt bijvoorbeeld, dan verzorgde ik de catering en bakte de taarten. Ik bak altijd meer dan wat we zelf aan kunnen. De buren en mijn ouders, die nu in Vlagtwedde wonen, maak ik er vaak blij mee.

Politiek

Ik was korte tijd werkzaam bij de gemeente Oldambt, maar had politieke ambities en in 2015 werd ik voor D66 gekozen in de Provinciale Staten.

In maart werd ik geïnstalleerd, in december werd ik ziek.

Ziek

Een klein 'raar' plekje onder mijn tong bleek mond- en tongkanker met uitzaaiingen naar de lymfeklieren.

Dan ben je vijfenveertig jaar en krijg je te horen dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat je de vijftig haalt. Expectatief beleid! Of wel: we zien wel waar het schip strandt.

Afgekeurd

Maar ik ben er nog! Vooral dankzij experimentele immunotherapie. Bij mij sloeg die aan. En nu ik de vijftig gehaald heb durf ik te denken: 'op naar de vijfenzestig!'Waarom niet?

Door mijn ziekte ben ik tot mijn verdriet afgekeurd. Ik snap het ergens wel: de ene dag heb ik energie en werkt mijn concentratie mee, de andere dag ben ik tot niets in staat. Dat is voor een werkgever lastig. Maar op goede dagen kan ik bergen verzetten. Gedoseerd weliswaar, want vooral lang praten is vermoeiend.

Een deel van mijn tong, kaak en mijn gebit is verwijderd, evenals delen van de halsklieren. Natuurlijk was het voor Diederik en mijzelf moeilijk te accepteren dat ik niet 'beter' word. In negativiteit en angst blijven hangen is niet ons ding. We zijn realistisch, iedere dag genieten we van wat wel kan. Ik vind het geweldig hoe mijn artsen in het UMCG buiten gebaande paden meedenken. Zij maken het mogelijk dat ik op dit moment, alhoewel met beperkingen, een prima kwaliteit van leven heb.

Toen ik weer een beetje opkrabbelde werd Diederik ernstig ziek. Daarvan is hij herstellende. Hij is voorzichtig weer wat aan het werk, vooral vanuit huis. Hier aan de grote keukentafel is het net een kantoor. We hebben ieder onze eigen kant met onze eigen spullen.

Buitengebied

Toen wij beide niet konden autorijden merkten we dat wonen in een buitengebied toch ook zo zijn uitdagingen kent. Probeer maar eens zonder eigen vervoer naar het UMCG te komen vanuit hier ...

Daar heb je een dagtaak aan. Maar ondanks dat blijven we erbij: we willen hier nooit meer weg!

En als ik een slechte dag heb kan ik mijn boodschappen tegenwoordig zelfs laten bezorgen.

Gediskwalificeerd

Nu ik 'maatschappelijk gediskwalificeerd' ben, maak ik me op andere vlakken als vrijwilliger nuttig. Tegen mijn oncoloog zeg ik wel eens: 'Ik heb geen tijd voor deze onzin'.

Ik probeer dingen te doen waar ik energie van krijg. Ik ben penningmeester van D66 Zuid-Oost Groningen, zit in de stichting Herinrichting Kloosterenclave Ter Apel, ben voorzitter van Stichting Promotie Westerwolde. Het diplomatieke is er nog niet helemaal uit. Vroeger vond ik het vanzelfsprekend, maar nu denk ik wel eens: 'eigenlijk ben ik daar best goed in, vind ik het leuk, dat onderhandelen, lobbyen, verbindingen tussen mensen maken'.

Maggie’s Center

En ik zet mij in voor het realiseren van een Maggie’s Center in Groningen. Het is een concept dat is ontwikkeld in Engeland. In een Maggie’s Center zijn professionals die mensen met kanker helpen om de draad van hun leven weer op te pakken. Eén op de drie mensen krijgt kanker. Bijna de helft daarvan hoort bij de beroepsbevolking, is relatief jong dus.

Maggie’s Center is vernoemd naar Maggie Keswick Jencks, een Britse tuinarchitect en schrijfster. Op haar tweeënveertigste kreeg zij, opnieuw, borstkanker met een prognose van twee tot drie maanden. Met een experimentele chemotherapie leefde ze nog achttien maanden.

In die tijd ontwikkelde ze samen met haar man en medisch team een nieuwe manier van oncologische (na)zorg. In 1995 overleed ze.

Op dit moment zijn er in Groot Brittannië zo'n twintig Maggie’s Centers.

Het eerste in Nederland willen we in Groningen realiseren, waarschijnlijk op het terrein van het UMCG.

Het wordt een gratis, laagdrempelige voorziening. In een ontspannen sfeer kunnen kankerpatiënten lotgenoten ontmoeten en een beroep doen op psychologische steun, stress- reducerende strategieën en hulp voor hun partners, familie en vrienden. Het is een inloophuis, maar dan met meer faciliteiten. De nadruk ligt op zelf initiatieven nemen om hulp te zoeken op manieren die bij jou passen zodat je je leven weer op orde krijgt: in je gezin, op je werk, in je sociale omgeving.

Geluk/pech

Ik heb zelf aan den lijve ondervonden hoe moeilijk het is om op jonge leeftijd geconfronteerd te worden met kanker en hoe confronterend het was en nog is voor met name mijn partner en mijzelf. Ik ben vrij hard, geef niet op, zeg wel gekscherend tegen mijn oncoloog dat ik nog geen zin heb in doodgaan, ik ben een vechter. Iedere kankerpatiënt vecht. Maar eigenlijk is 'vechten' een verkeerd woord. Er wordt gesproken in termen van 'kanker overwonnen' of 'de strijd tegen kanker verloren', alsof iemand die het niet redt niet hard genoeg gevochten heeft. Onzin! Als je beter wordt heb je geluk. Ga je eraan dood, dan heb je pech. Domme pech.

Rie Strikken