Hemd van het lijf met Wim Eilert uit Ter Apelkanaal

TER APELKANAAL Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 159 is het de beurt aan Wim Eilert uit Ter Apelkanaal.

Geen corona kapsel voor vakbondsbestuurder en gemeenteraadslid Wim Eilert. Het haar zit pico bello. Daar zorgt zijn vrouw voor. Reina: "Ik ben geen kapster, maar in een grijs verleden heb ik daar eens een cursusje voor gedaan. Ik vond het zo leuk, dat ik sindsdien Wim en onze jongens altijd knip."

De foto is dus bij voorbaat geslaagd. Het helpt ook dat voor Wim Eilert omgang met de media routine is: de vakbondsman is ook woordvoerder voor zijn vakbond.

Hij poseert gewillig voor de skihut annex kroeg achter in de tuin. Toch beter binnen aan de bar? Ook goed. Uiteindelijk maken we het mooiste portret daar waar hij sinds corona de meeste tijd doorbrengt: in zijn kantoor. Een portret van een aimabel mens met een dito uitstraling.

Wim Eilert: "Maar vergis je niet. Als het moet tap ik uit een ander vaatje."

Als in de gemeenteraad op het scherpst van de snede werd gedebatteerd kon voormalig burgemeester Leontien Kompier hem wel eens toebijten: 'nou hoor ik weer de vakbondsman Wim!'

Eilert, lachend: "Wij waardeerden elkaar, Leontien en ik, maar we zijn allebei fel als het moet. Het is mij met de paplepel ingegoten in het rode nest waar ik uit kom."

Wanneer ben je geboren?

"Op 22 februari, een ijskoude dag, in de barre winter van 1963. Een paar weken ervoor was de zwaarste Elfstedentocht ooit verreden. Mijn broer is een jaar jonger dan ik.

We hebben een heerlijke, zorgeloze jeugd gehad. Anders dan de jongeren van tegenwoordig waren wij ons totaal niet bewust van wat er in de wereld gebeurde. We speelden tegenover ons huis aan de Gelderselaan in Stadskanaal in de zandbak en op het schoolplein van onze lagere school, school Bodde.

Meester Bodde dwong respect af met zijn statige voorkomen in zijn lange jas, met hoed en sigaar. Ik voetbalde bij SC Stadskanaal. In verband met kapotte knieën moest ik daar op mijn zesentwintigste mee stoppen.

Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader werkte bij Philips en was daarnaast rij-instructeur.

Binnen Stadskanaal zijn we een paar keer verhuisd.

Geen zin in leren

De MAVO en de HAVO deed ik aan de Engelandlaan, ik had helemaal geen zin om verder te leren. Mijn pa zei: 'je gaat niet bij huis zitten. Dan ga je maar aan het werk of in dienst'. Toen ben ik in dienst gegaan. Ik had mazzel dat ik in Assen gelegerd werd. Zo kon ik Reina toch veel zien.

Reina

Zoals heel veel mensen van mijn generatie kregen Reina en ik verkering in Bermuda, de destijds roemruchte discotheek. Zij was achttien, ik negentien.

Toen ik uit dienst kwam gingen we samenwonen achter de bloemenzaak van een oom van mij, in Wildervank. We hadden geen werk, het was crisis, maar we zagen de toekomst zonnig tegemoet.

Al vlot kreeg Reina een baan bij de RDW en ik ging in vijf ploegendienst bij Philips in Winschoten.

Werknemersvertegenwoordiger

Daarna heb ik dertien jaar bij het GAK gewerkt, begonnen als magazijnmeester. Dat was een mooie tijd, we waren één grote familie met een grandioos actieve personeelsvereniging.

Daar werd ik ook actief in de personeelsvertegenwoordiging. Later, als voorzitter van de OR, had ik een kort lijntje naar de directeur

Het was een logische stap.

Rood nest

Ik kom uit een rood nest. Bij ons thuis lag, net als bij ooms en tantes, altijd de VARA-gids op tafel, waren we lid van de vakbond en werd er PvdA gestemd.

Van huis uit hebben we maatschappelijke betrokkenheid meegekregen en er werd gehamerd op het belang van medezeggenschap door werknemers.

Werkloos

Van het GAK ging ik naar Kliq, maar toen dat ophield te bestaan stond ik op straat, drie weken later werd Reina ook werkloos. We woonden inmiddels in het ouderlijk huis van Reina en daar moest het één en ander aan gebeuren. Ik had net zo’n beetje de dakgoten klaar, toen ik werd benaderd of ik voor de VVMC, de vakbond van machinisten en conducteurs, wilde gaan werken.

Bij Kliq was ik vertrokken met een goede regeling, daar kon ik op terugvallen als het niet goed zou gaan.

Boertje uit het Noorden

Het beviel van beide kanten goed, met als gevolg dat ik na een korte tijd als bestuurder van regio Noord, nu landelijk bestuurder ben. Dat 'boertje uit het Noorden', zoals ik in het begin wel eens werd genoemd, redt zich heel best!

Vroeger had ik geen zin in leren, maar ik heb dat later ruimschoots ingehaald met werk gerelateerde opleidingen.

VVMC

De VVMC is een categorale bond die nog elk jaar groeit. Er is een grote solidariteit, heel belangrijk, in deze tijd waarin allerlei bezuinigingen door NS zijn aangekondigd.

Ik reis het hele land door, onderhoud contacten met Europese zusterorganisaties, geef gastlessen en werk mee aan open dagen.

Politiek

Via Wietze Potze kwam ik in de politiek terecht. Ik ben inmiddels aan mijn vierde termijn als raadslid bezig, sinds vorig jaar ben ik fractievoorzitter van de PvdA in de gemeente Westerwolde. Ik hoop dat we de 'voelhoorns' van de gemeente zijn. Als er shit is proberen we die direct aan te pakken. Bij het COA bijvoorbeeld. Of we het nou leuk vinden of niet, Ter Apel is de 'asielhoofdstad' van Nederland. Dat geeft werkgelegenheid, maar dat moet niet ten koste gaan van de sociale veiligheid, wat wel gebeurt. Er zijn ketenmariniers aangesteld. Het moet zich gaan rondspreken in veilige landen dat ons beleid sterk versoberd is, dat raddraaiers hard aangepakt worden. Zo willen we in het dorp het draagvlak voor het merendeel van de echte vluchtelingen behouden.

Voorlopig heb ik geen ambitie om wethouder te worden. Mijn baan bij de bond is nog zo veelzijdig, ik ben vaak van huis.

Hoge cijfers

Reina zegt altijd: 'Wim bungelt er een beetje bij'. Wij zijn getrouwd op 8-9-1989: hoge cijfers! Al eenendertig jaar weet zij niet anders. Zij heeft haar werk, was er het meest voor onze jongens. Op belangrijke momenten ben ik er wel hoor. Ik ben ontzettend trots op ze. Ze hebben werk wat ze mooi vinden, Lars van vijfentwintig is lasser en woont een eindje verderop. Thijs is eenentwintig.

Hij is timmerman en woont nog thuis. Op den duur wil hij ook graag een huis in de buurt. Allebei willen ze bewust in het Noorden blijven, omdat wij het hier goed hebben.

Carnaval

Toen de jongens op de basisschool zaten heb ik wat hand- en spandiensten verricht voor carnaval. Zo ben ik daarin gerold. We hebben allemaal een bijnaam. Als 'De rode stoker' ben ik ceremoniemeester geweest en nu ben ik Prins Wim de Eerste. Met heel veel vindingrijke ideeën hebben we dit jaar toch mooie corona roof activiteiten georganiseerd. Wij zijn niet voor één gat te vangen.

Feestje

Privé vieren we ook de feesten zoals ze vallen. We hebben een groot sociaal leven. Met vijf stellen, maken we van elke gelegenheid iets bijzonders. Bij een mijlpaal maken wij ons er niet af met een Sara-pop, nee, er komt een compleet bouwwerk in de tuin. Toen 'snackqueen', vriendin Anita, vijftig werd maakten we een manshoge zak patat met twee grote frikadellen speciaal.

Meer thuis

Normaal gesproken ben ik veel weg, nu werk ik wat meer thuis.

Reina moet daar erg aan wennen. Ze vindt het fijn dat ik meer thuis ben, maar ze gaat gewoon haar gang. 's Avonds is er ook altijd wel iets, vergaderingen van de gemeente, vergaderingen van de Kloosterwiekers of werk voor de vakbond. Voor ontspanning kijk ik Netflix of luister ik muziek.

Zij doet de tuin, ik heb daar niks mee. Als ik erdoor loop, naar de skihut achter in de tuin, dan geniet ik er wel van hoor. Daar zitten we normaal met vrienden vaak gezellig in ons huiskroegje, de jongens schuiven ook graag aan.

Corona heeft ons bewuster gemaakt van onze kwetsbaarheid.

We gingen steevast op wintersport met het gezin en met vrienden, dat gaat nu niet.

Zodra het weer kan willen Reina en ik vaker een weekendje samen weg. In het verleden was er zo vaak een reden om te zeggen dat we er geen tijd voor hadden. Daar gaan we tijd voor máken, gewoon doen!

Rie Strikken