Hemd van het lijf met Kim Spieard uit Kopstukken

KOPSTUKKEN - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 165 is het de beurt aan Kim Spieard uit Kopstukken

Heel geleidelijk groeit Kim Spieard binnen het bedrijf van haar vader. “Special Death Care” verzorgt al meer dan twintig jaar specialistische zorg aan overledenen. In de mobiele unit, een omgebouwde ambulance, verricht Edwin Spieard restauraties aan bijvoorbeeld ernstig verminkte dodelijke slachtoffers en begeleidt nabestaanden en hulpverleners bij confrontatie en identificatie, zoals bij de MH17 ramp.

Edwin zou graag zien dat Kim het bedrijf overneemt. Kim vindt de dood heel interessant, heel natuurlijk. Ze is nog jong. Voorlopig heeft haar fulltime carrière bij BNI prioriteit.

Maar bij Special Death Care doet ze de administratie, is ze verantwoordelijk voor de voorraden en assisteert ze, wanneer een extra paar handen welkom is.

Ze is van het regelen, heeft overal briefjes en stelt prioriteiten. Met haar vader is ze close. Qua karakter heeft ze veel van hem. Hij doet waar ie zelf zin in heeft. Hij is heel direct, zij ook. Kim: “maar ik heb geleerd om soms éven na te denken voordat ik iets doe of zeg, mijn vader niet …” zegt ze met een knipoog.

Wanneer ben je geboren?

“Op 13 mei 1994. In Beerta. Ik was nog heel klein toen we naar Stadskanaal verhuisden. Mijn moeder

werkte in de Thuiszorg, mijn vader als monteur in een BMW-garage. Tegenover die garage was een uitvaartondernemer. Mijn vader viel soms in als chauffeur en zo is hij in de branche terechtgekomen. Hij haalde mij wel eens met een lijkwagen op bij mijn moeder, als dat op de route naar zijn huis was. Mijn ouders zijn namelijk gescheiden toen ik twee was. Met mijn moeder haar huidige man, Hans, hebben we het langst aan de H.J. Kniggekade gewoond. Toen ik tien was kreeg mama een zoon, ik kreeg een kat.

Mijn broertje is in alles het tegenovergestelde van mij. Daniël is nu bijna zeventien en drinkt nog het liefst alleen maar melk, soms wel 2 liter per dag. Nou, dat was toen ik dertien was bij mij wel heel anders … Ik had toen al baantjes, hij pas veel later.

Drie tassen

Mijn vader verhuisde naar Kopstukken toen ik acht was. Ik had altijd drie tassen klaarstaan: een schooltas, een voetbaltas en een slaaptas. Voetballen deed ik in Mussel. Na voetbal sliep ik meestal bij mijn vader in Kopstukken.

Ongeluk

Op mijn vijftiende verjaardag fietste ik met mijn vriendin naar huis. Wij moesten oversteken bij een bekend gevaarlijk punt, waar vaak bestelbusjes met geblindeerde ramen geparkeerd stonden. Ze werd geschept en overleed later in het ziekenhuis. Het wrange is, dat er een hoop over gepraat is, maar de situatie nog steeds niet veel verbeterd is. Ik was compleet verdoofd, heb een jaar of drie op de automatische piloot geleefd. Dat was ook een reden waarom ik op het Comenius van HAVO afstroomde, ik heb een diploma VMBO-TL. Daarna heb ik twee jaar de opleiding juridisch medewerker gedaan, maar ik voelde me niet op mijn plek daar.

Ik stapte over naar management-assistent. Dat paste beter bij mij, deze opleiding heb ik versneld afgerond. Ik heb alles graag in eigen hand, hou van regelen, structuur.

Smoky

Ik had allerlei bijbaantjes. Het mooiste leek mij werken in de bioscoop. De eigenaar van Smoky, Koos Abeln, en zijn vrouw, zijn vrienden van mijn moeder en Hans. Zo ben ik er ingerold. Ik heb tien jaar in Smoky gewerkt. Het voelde als een grote familie. Pas kort geleden heb ik de sleutel ingeleverd bij Koos. Maar als hij belt, dan kom ik invallen.

Mineke, een vriendin, was jarenlang lid van de Smoky-familie. Zij is zelfs in de bioscoop getrouwd! Dat leek mij ook zo mooi. Voorlopig heb ik het bij een geregistreerd partnerschap gehouden. Met Lars.

Lars

Sinds mijn achtste ken ik Lars al. Hij is drie jaar ouder dan ik, op die leeftijd best een groot verschil. Toen kwam ik daar nog over de vloer voor het paard van zijn zus.

Op een gegeven moment vond ik het paard van haar minder interessant dan haar broer…. Sinds 2013 hebben we een relatie. We zijn het eerste jaar gelijk samen op vakantie gegaan, een goede relatietest.

Kopstukken

We hebben heel lang gezocht naar een huis. We wilden graag in Kopstukken blijven. Er staan zo’n zestig huizen, zo vaak is er niet wat te koop. In 2019 hadden we geluk dat we dit huis konden kopen en verbouwen. Net voor corona waren de belangrijkste dingen klaar. Lars doet aan grasbaanrace en speedway. Ik had een mooie crosser, maar die heeft Lars verkocht. Ik krijg wel een nieuwe hoor, maar ik heb geleerd om me nergens aan te hechten: Lars is, bij wijze van spreken, nog in staat om een zak stront te verkopen! Zo ver ga ik niet, maar handelen zit me wel in het bloed. De logeerkamer ligt vol met spullen. Mijn moeder zegt dat ze hier nog nooit op de koffie geweest is zonder dat er iemand aanbelt om gekochte spullen af te halen.

Gekscherend heb ik tegen Lars gezegd dat hij me moest beloven dat we de eerste tien jaar hier blijven wonen.

Geregistreerd partnerschap

Voor het tekenen van de koopakte zijn we op maandagmorgen geregistreerd partnerschap aangegaan. In mijn omgeving heb ik teveel gezien hoe mooie relaties kapot gingen, dus dat wou ik goed geregeld hebben. Er zit geld in het huis waar ik hard voor gewerkt heb.

Van mijn vader kreeg ik nooit zakgeld. Hij stopt me zo wel eens wat toe, maar ik deed ‘klusjes’. Daarvoor kreeg ik geld. De ene helft daarvan moest ik sparen, met de andere helft mocht ik doen wat ik wilde. Eerlijk gezegd potte ik het meeste daarvan ook op. Ik vind niet dat ik krenterig ben, maar ik smeet het ook niet over de balk. Als ik een groter bedrag had, dan kocht ik daarvan iets moois.

Zo had ik al in februari voor mijn achttiende verjaardag een Starlet gekocht, daar liep ik tegenaan. In mei werd ik achttien, in juni had ik mijn rijbewijs.

PTSS

De laatste stage van mijn opleiding was bij de politie. Dat ging niet goed en dat konden ze niet rijmen met mijn ambitie en vaardigheid. Ikzelf ook niet trouwens en ik kreeg het advies om hulp te zoeken. Ze gingen als het ware ‘pulken in mijn ziel’. Daar werd PTSS geconstateerd. Alle onverwerkte emoties bij het overlijden van mijn vriendin, kwamen eruit. Toen pas realiseerde ik me dat ik drie jaar lang op de automatische piloot had geleefd. Met goede hulp heb ik het een plek kunnen geven. Het verdriet blijft, ik zal nooit mijn verjaardag uitbundig kunnen vieren, maar ik kon met een schone lei verder.

BNI

Kort na mijn studie ben ik gaan werken bij BNI. Ik ben er operations coordinator, dat houdt in ‘regelen’, wat ik leuk vind om te doen. Bij fit20 ben ik backoffice medewerkster.

Special Death Care

Naast die fulltime baan groei ik langzaam in het bedrijf van mijn vader. Hij hoopt dat ik het overneem, maar ik weet het nog niet.

We werken heel goed samen, voelen elkaar perfect aan.

Als ik bij de brievenbus sta, dan kijk ik even schuin over de straat naar mijn vader zijn huis of de voormalige ‘ambu’ er staat, dan weet ik of hij druk geweest is. Ik deed eerst alleen de boekhouding, nu ben ik zijn algemeen assistent. Hij heeft een boek geschreven waarin mooie anekdotes staan. ‘Altijd werken in emotie ‘ heet het. En dat is het, het is dankbaar werk. Zijn missie is om nabestaanden iets minder ongelukkig te maken. Ik word er ook wel naartoe getrokken. Als je een nabestaande hoort zeggen ‘Edwin komt met een traan, gaat weg met een knuffel”, dat doet me wat.

Voorlopig laten we het zo. Mijn werk is mijn hobby. Lars en ik maken ons huis verder af, ik voetbal bij SV Mussel, cross een beetje of ga als supporter mee met Lars en als het weer mooier wordt gaan we motorrijden. Ik verveel me niet gauw, zit zelden op de bank voor de tv: ik weet niet eens hoe dat ding aan moet.”

Rie Strikken