Hemd van het lijf met Koos Prins

STADSKANAAL Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 168 is het de beurt aan Koos Prins uit Stadskanaal.

En weer verdwijnt een ras-Refajaan van het toneel. Koos Prins gaat na drieënveertig jaar met pensioen. Het hoofd Medisch Archief, bekend om zijn breedsprakigheid, maar als het moet 'to the point', accuraat maar bevlogen, van de ernst en de luim, gaat een nieuwe levensfase in.

Nog steeds houdt hij ervan om een poets te bakken, geintjes uit te halen. Hij kan uitdelen, maar ook heel goed incasseren. Gelukkig, want sinds 2005 kreeg hij qua gezondheid veel voor zijn kiezen. De geinponem was soms geknakt, maar niet gebroken en herpakte zich telkens weer: "Als de humor er niet meer in zit, dan ben ik dood!"

Zover is het nog niet. Relativeren doet hij wel veel meer. Of, zoals hij het op de hem kenmerkende uitgebreide manier, zegt: "Ik ben anders in het leven komen te staan, heb geleerd het kaf van het koren te scheiden, niet bij de pakken neer te zitten."

Het is voor uw verslaggever een warm weerzien en aangename herkenning met de joviale man met zijn nog steeds jongensachtige stekeltjeskapsel, pretoogjes en regelmatig vertraagde dictie, als om waar nodig extra te articuleren.

Weg uit het Refaja, het is wat.

Koos: "Niet Refaja…. Ja, nee, ik corrigeer je even: ik blijf altijd een Refajaan, maar het is nu Treant."

Hij buigt het bovenlichaam iets over de keukentafel en articuleert: "Tre-Ant."

Goed Koos.

Wanneer ben je geboren?

"Op 7 juli 1955. In Nieuw-Buinen. De schoenenzaak van mijn vader, Klaas Prins, was een begrip. Mijn moeder was huisvrouw en assisteerde. Soms, als het te druk was in de winkel, dan zei mijn vader: 'loop maar even naar Fransien in de keuken'.

Mijn oudere broer, zus, jongere broers en ik hebben een mooie jeugd gehad. We hadden het goed, maar we waren geen rijke mensen. Toen ik mijn eerste pak kreeg, ik zal een jaar of veertien geweest zijn, viel ik er al snel een gat in voor de knie. Dat was wel even van 'oeps' … ik kreeg niet meteen een nieuw.

Koos-7-up

Ik ging naar school 59. In die tijd had je schoolmelk en ik lust geen melk! Nu nog niet. Het was altijd weer een drama, totdat mijn vader naar school kwam en zei: 'Mijn zoon drinkt geen melk meer!' Ik en drinken, dat is altijd een dingetje geweest. Tot aan militaire dienst dronk ik alleen frisdrank, wat mij de bijnaam 'Koos-7-up' opleverde.

Na de MAVO en MEAO heb ik als overbrugging naar militaire dienst een half jaar binnenwerken van geisers gesoldeerd bij geiserfabriek Fasto. Voor het neutraliseren van de giftige dampen die daarbij vrijkwamen moest ik elke dag … melk! …drinken.

Bruin

De militaire dienst vervulde ik in eerste instantie bij de luchtmacht in Nijmegen. De meeste tijd heb ik doorgebracht op Vlieland. Het ging er vrij relaxt aan toe. Daar heb ik ook leren drinken: Bier drink ik nog steeds niet, en geen melk. Een fijn wijntje kan ik wel waarderen. Ik was daar op Vlieland veel buiten en ben nog nooit zo bruin geweest als toen. Ik werd altijd al gauw bruin. In mijn jeugd hielpen wij met aardappelen krabben. Mijn moeder probeerde 's avonds met Vim het 'vuil' van mijn armen af te schuren. Dat ging niet: mijn huid was zo gebruind.

Refaja

Na de diensttijd heb ik kort in Assen gewerkt. In 1978 kwam ik terecht op de loonadministratie in het Refaja ziekenhuis. September 1979 werd ik, op mijn vierentwintigste, keurig in het pak, Hoofd Medische Registratie. Die was gevestigd op de eerste verdieping, boven de Röntgenafdeling.

Arian

Daar werkte Arian. Wij voelden ons voorzichtig tot elkaar aangetrokken, maar zij vond mij een beetje een rare kwast, in dat pak. We leerden elkaar beter kennen tijdens wekelijkse borreluurtjes in Foeks Home, Mingelmous en op vakantie op Ameland. Wel moest ik haar beloven dat ik naar het werk geen pak meer aan deed, ze wou zich niet voor mij schamen. Sinds 1983 zijn wij samen. In dat jaar heb ik een huis gekocht. Arian trok kort daarna bij mij in.

Sindsdien hebben we heel wat reizen gemaakt, maar Ameland was en is altijd 'ons eiland' gebleven.

Reuring

In 1986 zijn wij getrouwd, toen Niek drie maanden was. In 1987 is Anne geboren. Het ging ons voor de wind. Privé en op het werk. Bij ons blikken huwelijksjubileum, na zes en een kwart jaar, hebben we uitgebreid stilgestaan. Ik heb eens op een zaterdag de wekkers van Arian en de kinderen op 06.15 u gezet. Toen ze met lodderige koppies om zich heen keken zei ik: 'allemaal om 07.00 u in de auto.'

Daar had ik al tassen met kleren in gezet. We gingen spontaan een weekendje naar Ameland.

De Medische Registratie was een grote familie. Wij deelden lief en leed. Ik hou van een geintje. Verkleedpartijen, 'stukjes' op feestjes, het is mij niet gauw te gek. Ik moet reuring om me heen hebben. Ik was zo’n tien jaar lid van de Runners. Liep de Klap tot Klap Loop. Mijn zus Ina zei: 'ik weet of jij er bent of niet. Als jij erbij bent dan hoor ik je al van verre aankomen, kletsend, lachend, ruis om je heen.'

Ik denk met heel veel plezier terug aan de jaarlijkse uitstapjes met de Runners. Het was natuurlijk een dikke kroegen bende. Zo zaten we op zaterdag in Keulen tot 03.00 uur aan de bar. De bedoeling was om de volgende ochtend om 10.00 uur een halve marathon te lopen ….

Ik leg snel contacten. Ook privé. Met mijn schoonzus en zwager gaan wij regelmatig naar Griekenland. Ik zeg altijd: 'ik wil wel wandelen, maar er moet een deur zijn waar ik tegenaan kan trappen, van een kroegje.'

Tegenslag

In 2005 waren er de eerste barstjes in het goede leven: ik kreeg een hernia. Een jaar later stortte mijn wereld en die van Arian en de kinderen ook, in: diagnose blaaskanker. Die is een paar jaar redelijk onder controle geweest. Echter in 2014 kreeg ik weer blaaskanker, later opnieuw een hernia en twee jaar geleden prostaatkanker. De blaas en prostaat zijn verwijderd, er is een neoblaas aangelegd. Het gaat nu, met wat beperkingen, redelijk.

Nederiger

Sinds 2005 sta ik anders in het leven. Ik relativeer en ben dankbaarder voor wat ik heb.

Dat is alleen nog maar versterkt door onze reis naar Nepal. Dat land, de mensen, hebben een verpletterende indruk op me gemaakt. De mensen zijn respectvoller dan wij. Dat gingen wij overnemen. Wij waren gewend nogal hautain te zeggen tegen verkopers die je op straat aanklampen: 'I'm not interested’. Dat voelde daar niet goed en we zeiden wat beleefder: 'No, thank you'.

Voor 35,00 euro gingen wij daar met vier personen uit eten; een Nepalees gezin leeft daar een maand van.

Het maakte mij nederiger.

Ook ben ik met zwager Jan naar Bali geweest, op bezoek bij onze zoon Niek, die daar werkte.

Het gaf mij een beeld van hoe hij er leefde. Niek en ik hebben samen op een scooter het eiland verkend, ik zag de bar waar hij werkte en we bezochten bezienswaardigheden.

Ook Bali maakte mij dankbaar en nederig.

Dat ik na drieënveertig jaar weg ga uit het ziekenhuis luidt een nieuwe fase in.

Ik hoop gezond te blijven, probeer niet uit te stellen wat ik vandaag kan doen. Arian en ik zullen altijd weer weekendjes naar Ameland gaan of van andere vakanties genieten.

Voor corona aten onze Anne en zijn vrouw Stephanie hier elke dinsdag met de kinderen. Dat hopen we weer op te pakken. Ik haal nu geregeld de kleinkinderen Mila en Levi van school. Na corona wil ik leuke dingen met ze kunnen doen.

Genieten

Genieten van het leven is het allerbelangrijkste. Lol maken met Arian en vrienden, totdat mijn kaken zeer doen van het lachen! Daar kan ik weken op teren.

Rennen gaat niet meer, wandelen wel. Dat doe ik veel. Ik denk niet met weemoed maar met dankbaarheid terug aan het rennen. Wist je dat ik de marathon van Rotterdam gelopen heb? Jaha! Zeker. En hoe! Al word ik dement, die finishtijd staat in mijn geheugen gegrift en zal ik altijd zo op kunnen dreunen: 3.48.37!"

Rie Strikken