Terug in de tijd met Jaap Meijering. Over beurtschippers en boderijders. | Vervlogen tijden ...

Toen er nog geen openbaar vervoer was, was het de beurtschipper (snikke) waarmee goederen werden vervoerd. Later door de boderijder. Eerst met paard en wagen en daarna met de vrachtauto. In deze aflevering de bodediensten van of via Stadskanaal naar Groningen.

Als de boderijder langs moest komen bij een klant, werd de naam van de bode op een boom of achter een raam geplaatst. De vrachtauto reed dan altijd langs het Stadskanaal terwijl ondertussen vaak iemand met een transportfiets langs de kade reed om deze bestellingen of pakjes mee te nemen.

De meeste bodes waren rond 10 uur in de stad waar de bodewagen op het bodenterrein werd geplaatst. Iedere vervoerder had een eigen vak met een nummer. Per fiets werden de bestellingen bij de betreffende bedrijven of personen in de stad afgegeven. Voorzien van een vrachtbrief werden dan de goederen door de afzender naar het bodenterrein gebracht en daar ingeladen voor de terugweg.

Om 16.00 uur vertrokken de meeste bodes uit Groningen om rond 17.00 uur de eerste bestellingen in Stadskanaal te kunnen afleveren.

Zo begon Jans Oosting nabij 1e Exloermond in 1946 als boderijder vanaf Mussel en Musselkanaal zijn route via Stadskanaal naar Groningen. De eerste jaren twee keer per week op de dinsdag en vrijdag.

Zwaar beroep

Van alles werd vervoerd, van kousen van C en A en schoenen van Bata tot geneeskundige kruiden. Zo ook rollen lood voor de aannemers die in dezelfde ronde vorm keurig dienden te worden afgeleverd, maar ook olievaten van 200 liter voor garagehouders, voor het verversen van olie. Allemaal handmatig in en uit de wagen getild. Een zwaar beroep dus.

Vervoerders

De meeste vervoerders die op Groningen reden werden stelselmatig door Oosting overgenomen.

De eersten waren Gebr. Vierkant en Sijpkes (Brugstraat) Stadskanaal. Zo volgden in willekeurige volgorde onder meer Drent en Luikens uit Nieuw-Buinen, Ten Kate en Huizing, Rave en Banus uit Musselkanaal, Blanken (voorheen Beerta) uit Ter Apel en Nieman uit Vlagtwedde. Ook de bodedienst van G. Nieboer uit Stadskanaal werd overgenomen.

Nieuw vervoerscentrum

Door uitbreiding van dit wagenpark reed Oosting dagelijks drie keer per dag naar Groningen en vertrok vanuit Groningen om 11 uur, 13.00 uur en 16.00 uur. Door de overnames reed men ook naar Amsterdam en terug. Door dit alles groeide het bedrijf in Musselkanaal geheel uit zijn jasje.

Van de drie zonen van Oosting nam Willy het bedrijf over en werd er aan de Voltaweg op het Industrieterrein Dideldom in Stadskanaal een compleet nieuw vervoerscentrum gebouwd met kantoren. De opening was in 1979. Op de foto zien we het complex met het wagenpark, waar nu efficiënt achterwaarts kon worden geladen en gelost op een zelfde vloerhoogte als de laadruimte.

Medicijnen

Inmiddels had Oosting zeven VW–busjes aangeschaft waarmee voor O.P.G. (de landelijke Onderlinge Pharmaceutische Groothandel), medicijnen werden rondgebracht in de drie noordelijke provinciën. Dit is de voorganger van de latere Mediq apotheken. Op de foto is op de achtergrond de pijp van de glasfabriek in Nieuw-Buinen te zien. Met geheel links een deel van het Ceresmeer.

Overname

Door verschillende tegenslagen werd het bedrijf overgenomen door Fa. L. Hoekstra, de overbuurman van Voltaweg 1. Later werd dit D.G.O. Express uit Hoogeveen.

Met dank aan Sallie (beter bekend als ‘Broer’ Oosting).

U wilt reageren op het artikel? Neem dan contact op met Jaap Meijering: meijeringjl@planet.nl of 0599-613985.