Hemd van het lijf met Rinus Allemekinders uit Musselkanaal

MUSSELKANAAL

Redacteur Paul Abrahams van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek het hemd van het lijf.

door Paul Abrahams

In aflevering 31 is het de beurt aan  Rinus Allemekinders uit Musselkanaal. 

Wanneer ben je geboren?

Op 26 april 1952 in Kwadendamme in de nabijheid van Goes op Zuid-Beveland. Ik heb een oudere broer en een oudere zus. Mijn ouders runden een akkerbouwbedrijf. Ik heb daar overigens niet lang gewoond. Als gevolg van de watersnoodramp eind januari, begin februari 1953 zijn we verhuisd naar Nieuwe Pekela. Het water stond in huis boven de drempel en ook de landbouwgrond was door het zoute water (jarenlang) niet meer te gebruiken. 

Er volgde een uittocht van Zeeuwse boeren. Oost-Groningen en de Noordoost-Polder waren populair door de lage grondprijzen. Mijn ouders hebben een boerderij gekocht in Nieuwe Pekela, inclusief 30 hectare grond. Een broer van mijn vader is op de boerderij in Zeeland blijven wonen. De spullen zijn met een verhuiswagen naar Oost-Groningen gebracht, maar mijn vader is zelf ook twee keer met de MC Cormick tractor met een kar vol materiaal van Kwadendamme naar Nieuwe Pekela gereden. Een afstand van 400 kilometer over B-wegen met een snelheid van zestien kilometer per uur. Reken maar eens uit hoe lang die daarover gedaan heeft. Mijn vader verbouwde onder meer wortelen en dat vonden ze wel heel erg raar in het dorp. Verbazing alom.  

Mijn ouders hadden in Nieuwe Pekela een gemengd bedrijf, akkerbouw en melkkoeien. In de zomer hielp ik mijn moeder mee om ongeveer tien koeien te melken, terwijl mijn vader en broer op het land werkten. 

Schoolstrijd

We woonden pal naast de openbare Jan Ligthartschool, maar we gingen naar de katholieke Bonifatiusschool in het dorp. Zo'n drie kilometer fietsen. Het was de tijd van de schoolstrijd. Je had de 'Roomse poepen', de 'Cocksianen' en de 'Rooien'. We hebben op weg naar school en naar huis regelmatig een robbertje gevochten omdat we werden opgewacht en we hebben wel eens 'voor ons leven moeten fietsen'. En dat terwijl we zaterdag in hetzelfde team van PJC voetbalden. 

Onze school telde zo'n vijftig leerlingen. Ik denk met veel plezier terug aan frater Weersink uit Utrecht die les heeft gegeven. Van hem heb ik veel geleerd, we kregen zelfs Franse les. En ook juf Brouwer was een kei. Ze heeft ons echt bijgespijkerd. Ze was bovendien helemaal gek van voetbal. In opmaat naar het schoolvoetbaltoernooi heeft ze ons getraind. We hadden als kleine school helemaal geen goed team - een aantal kinderen had nog nooit gevoetbald - maar we hebben toch de finale met 1-0 gewonnen van de Jan Ligthartschool met zo'n 200 leerlingen. Ik scoorde de winnende treffer. Mijn buurjongen stond op doel. Het voelde als het kampioenschap van Nederland. 's Avonds werd mijn vader gebeld door het hoofd van de Jan Ligthartschool. Hij wilde dat ik excuses ging aanbieden, omdat ik had gescoord. Nou ja, zeg.

Diabetes type 1

Na de MULO in Nieuwe Pekela en de HAVO in Winschoten, heb ik me aangemeld voor de Pedagogische Academie in Winschoten. Ik wilde liever actief zijn in de sport, maar vanaf mijn zestiende lijd ik aan diabetes type 1. Ik moet al meer dan een halve eeuw mijn leefwijze aanpassen om deze sluipmoordenaar het hoofd te kunnen bieden. Door de suikerziekte is ook de overgang als voetballer van PJC naar de profclub Veendam helaas afgeketst. Trainer Leo Beenhakker is nog bij ons thuis geweest, maar toen hij hoorde van mijn ziekte was het einde verhaal. 

Toen ik klaar was met de studie was het niet  eenvoudig om als onderwijzer aan de slag te gaan. De banen lagen zogezegd niet voor het oprapen in die tijd. Er waren vaak zestig, zeventig kandidaten beschikbaar voor één vacature. Een kameraad en ik waren in de race voor een baan in Oude Pekala. Hij voetbalde bij Noordster en één van de leden van de sollicitatiecommissie was voorzitter van die voetbalclub. Je kunt wel raden wie uiteindelijk is benoemd.

Toch ben ik uiteindelijk nog snel in het onderwijs aan de bak gekomen. Ik werd getipt door een buurman dat er een vacature was op de St. Antoniusschool in Musselkanaal. Vreemd, want ik had nergens in de krant een advertentie gelezen. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en contact opgenomen met Holman, het hoofd van de school. Hij heeft me doorverwezen naar de pastoor, die zowel voorzitter is van het kerkbestuur en van het schoolbestuur. Op nadrukkelijk verzoek van mijn moeder ben ik naar de kapper geweest en heb ik een strak pak aangetrokken. In de Lelijke Eend ben ik vervolgens naar Musselkanaal gereden. Er  waren maar twee kandidaten uitgenodigd. Mijn concurrent was een inwoner van  Amsterdam op blote voeten. De keuze was snel gemaakt. Zonder een proefles te geven ben ik aangekomen. Ik was 21 jaar en ik gaf les aan 43 (!) leerlingen van toen nog klas vijf. 

In het begin heb ik gependeld tussen Nieuwe Pekela en Musselkanaal. Na het huwelijk met Geesje in 1975 - we hebben twee kinderen en drie kleinkinderen - zijn we verhuisd naar de Magnoliastraat. Daar kregen we een huurwoning toegewezen. Nu wonen we op een heerlijke plek aan de Marktkade.

Uiteindelijk heb ik 43 jaar gewerkt op de Antoniusschool. Eerst als onderwijzer en vervolgens 32 jaar als directeur. Ik ben wel altijd les blijven geven. Om in te burgeren heb ik destijds op woensdagmiddag veelvuldig huisbezoeken afgelegd. Het werd wel eens zo laat dat ik mijn moeder moest bellen om te vertellen, dat ik bij ouders van een leerling kon mee-eten. 

Twee jaar geleden ben ik met pensioen gegaan en heb ik een prachtige periode afgesloten. Mede door het geweldige team staat de school nog steeds hoog aangeschreven in de regio. Om duidelijkheid te scheppen heb ik altijd strakke regels gehanteerd. Om directeur Hans Nijland van FC Groningen te citeren: als de soldaten de macht krijgen, dan wordt het oorlog. 

Voetbal speelt een rode draad door mijn leven. Na de verhuizing naar Musselkanaal heb ik me afgemeld als lid van PJC en ben ik lid geworden van de plaatselijke voetbalvereniging. Tijdens een toneeluitvoering van school zat bestuurslid Kap Manning in de zaal en hij had het overschrijvingsformulier meegenomen. Ik werd meteen gebombardeerd als aanvoerder en kreeg de zogeheten nummer 10 positie toebedeeld

De 'beren' van BATO

Onder leiding van trainer Henk Georg werden we meteen kampioen. In Gieten moesten we een beslissingswedstrijd spelen tegen de 'beren' van BATO. Het weer was tropisch en we wonnen de slijtageslag uiteindelijk met 2-0. Ik heb uiteindelijk acht jaar in het eerste team gevoetbald en ik heb nog in de tweede klasse gespeeld. Voetbal leefde toen veel meer dan vandaag de dag. Je speelde wedstrijden voor zeker minimaal 700, 800 man publiek. En de derby's tegen Stadskanaal en Nieuw-Buinen, dan zag het werkelijk zwart van de mensen. Lange rijen voor de kassa.

Ik ben nog een keer achterna gezeten door vrouwelijke supporters van WKE met een paraplu in de hand. In Musselkanaal moesten we op de laatste speeldag van de competitie voetballen tegen WKE. Wij moesten beslist winnen om ons nog te plaatsen voor de nacompetitie om degradatie te voorkomen en WKE moest beslist winnen om kampioen te worden. Musselkanaal won met 1-0 en toen waren de rapen gaar. Later ben ik nog benaderd door Grote Geert van WKE om samen met Henk Teuben en keeper Gerard Schuten bij WKE te komen voetballen. Musselkanaal had meegedaan aan een toernooi in Emmen en blijkbaar hadden we daar veel indruk gemaakt. We hebben het zeer  aantrekkelijke aanbod beleefd afgewezen.

Nadat ik was gestopt als voetballer van het eerste elftal van Musselkanaal - ik heb nog tot mijn vijftigste in lagere teams gespeeld - ben ik benaderd door voorzitter Lucas de Wit van Sportclub Stadskanaal om jeugdtrainer te worden. Dat heb ik twee jaar met veel plezier gedaan. Nadat hoofdtrainer Aty Rasters van Sportclub Stadskanaal een contract bij Nieuw-Buinen had getekend, was ik in de race om zijn opvolger te worden. Ik had inmiddels de juiste papieren op zak. Ik heb de uitdaging niet aangenomen, omdat ik net was benoemd als directeur van de Antoniusschool. Mede door de suikerziekte heb ik besloten om niet te veel hooi op de vork te nemen.

Ik ben nog steeds supporter van Musselkanaal, maar daarnaast ga ik ook wel kijken bij Sportclub Stadskanaal en Nieuw-Buinen. Mijn zoon voetbalt bij SETA en ook daar sta ik regelmatig aan de zijlijn. Ik ben een echte sportliefhebber. Voetballen, tennissen, wielrennen en schaatsen. Ze kunnen me ervoor wakker maken. We hebben dan thuis ook twee televisies.

Ballotagecommissie

Ik heb zelf - samen met Geesje - ook jarenlang getennist bij MTC. Dat vonden de voetballers maar gek in het begin. Het was de periode voordat tennis ook is uitgegroeid tot een volkssport. Voetballers tennissen niet. Dat is toch kak? Er was ook een soort van ballotagecommissie. Ik ging op bezoek bij dokter Onnes en er was meteen een klik. Vooral toen bleek dat hij clubarts was van de voetbalvereniging. Maar mijn vrouw wil ook lid worden, zei ik. Geen probleem!

Tien jaar geleden heb ik de tennisrackets opgeborgen en sinds die tijd sta ik samen met Geesje vier, vijf keer per week op de golfbaan. Eerst in Vlagtwedde, nu in Exloo waar een 18 holes baan is aangelegd. Een prachtige sport. Een heerlijke uitlaatklep, net als het wandelen met de hond Noa. Nee, een hole-in-one heb ik tot dusverre nog niet geslagen. 

Streektaal en streekgeschiedenis

Naast sport ben ik erg geïnteresseerd in de streekgeschiedenis en ook het promoten van de streektaal staat hoog in het vaandel geschreven. Onlangs heb ik het Knoalster Dictee gewonnen en elk jaar neem ik de vertaling van de Grunneger Dainst in de katholieke kerk in Musselkanaal voor mijn rekening. 

Daarnaast ben ik lid van de werkgroep Kamp de Beetse. Veel inwoners in de regio hebben geen idee wat zich vroeger in Kamp de Beetse, aan de Zevenmeersveenweg, heeft afgespeeld. Vanaf 1935 hebben er 16 barakken gestaan voor de werkverschaffing. Mensen die werkloos waren moesten meehelpen om het land te ontginnen. Dit was zeer zwaar werk en de arbeiders werden vaak onderbetaald. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er onder meer Joden en NSB-ers gehuisvest. Op dit moment staat er één barak, die in 2014 is gerestaureerd. We geven lezingen en ook zijn we bezig met het uitvoeren van plannen om een tweede barak en een wachttoren te plaatsen.

 

 

 

   

 

   

 

 

 

 


 


Auteur

Paul Abrahams Redacteur