Hemd van het lijf met Fiona Klinge uit Rhede

MUSSELKANAAL/RHEDE Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 104 is het de beurt aan vishandelaar Fiona Klinge uit Rhede/Musselkanaal

Diverse Musselkanaalsters tipten onafhankelijk van elkaar voor Hemd van het Lijf hun plaatsgenote Fiona Klinge met classificaties als ‘powervrouw’, ‘kanjer’, ‘prachtportret’. En, volgens allemaal, heeft ze naast verstand van vis een luisterend oor en ontzettend veel humor!

Ook uw verslaggever is al snel onder de indruk van deze jonge, dynamische, ondernemende vrouw met de klaterende lach en expressieve handen die ze met wisselend succes in bedwang probeert te houden. Niet alleen daardoor, maar ook door haar nu eens ondeugende en dan weer ietwat voorname houding doet zij denken aan de jonge Adèle Bloemendaal.

Zij blijkt alleen niet meer in Musselkanaal te wonen maar in Duitsland. Aangezien zij echter al sinds 1988 met Musselkanaal verweven is, er ook jarenlang heeft gewoond en wij al een uur gezellig met elkaar zitten te kletsen, maken we een uitzondering op de regel dat de hoofdpersoon van Hemd van het lijf uit het verspreidingsgebied van uw weekblad moet komen.

Wanneer ben je geboren?

Op 27 januari 1976. In Delfzijl. Mijn vader was visboer. Met mijn moeder runde hij een vishandel in Appingedam. Toen ik elf was ging mijn moeder er met mijn twee jongere zusjes vandoor. Ik wou perse bij mijn vader blijven. Dertien jaar geleden kreeg ik nog een zusje in Thailand waar ik heel blij mee ben. Ondanks de afstand hebben we veel contact en ben ik met haar erg close.

Viskraam

Mijn vader en ik gingen samen op een flat in Hoogezand wonen. Daar viel mij wel eens een bloedmooie getinte voorbijganger van een jaar of zestien op…

Na wat omzwervingen via Veendam, waar ik naar de middelbare school ging, kwamen we in Musselkanaal terecht. Mijn vader begon er in 1988 de viskraam op de A-weg. Die kraam is altijd een stabiele factor in mijn leven geweest.

Toen ik negentien was gingen we ook in Musselkanaal wonen, maar ik was vanaf mijn elfde al ieder vrij moment met hem mee naar de viskraam. Mijn vader heeft me echt helemaal in zijn eentje grootgebracht. We deden alles samen.

Verre reizen hebben we gemaakt, naar Portugal, Ierland, we bezochten wijnfeesten aan de Moezel. In 2001 backpackten we door Thailand. Kaartlezen was altijd mijn taak. In mijn eentje trok ik met een rugzakje door Denemarken, Mexico, Spanje, Canada en vijftien jaar lang maakte ik motorvakanties.

Jarenlang gingen mijn vader en ik voor het werk aan nog even acht kilometer hardlopen. Hij vond wel dat ik mij alleen ook moest kunnen redden. Op mijn tweeëntwintigste had ik alle horecapapieren plus mijn auto-, motor- en vrachtwagenrijbewijs. En nog een wat ingewikkelde liefdesrelatie.

Vis slachten

Mijn vader zijn stokpaardje was ‘Als mij wat overkomt dan moet jij van de hoed en de rand weten: de boekhouding, de inkoop, de verkoop, de bediening, vis slachten’. Dat vis slachten heeft hij mij geleerd toen ik veertien was. Hij had het me net voorgedaan en zei dat ik maar wat moest oefenen en ging even weg voor een boodschap. Hij had zich de kont nog niet gekeerd, of er stond een keurige man in pak aan de toonbank. Bij een vergadering in wat nu de ‘De Gelegenheid’ heet, dat was toen ‘hotel Platen’, wou hij voor zijn verjaardag over een uur trakteren op zoute haringen. Of ik maar even vijfentwintig verse kon schoonmaken. Ik gaf geen krimp. “Túúrlijk”, zei ik. Ik dacht alleen maar ‘full power, Fiona!’ Met een stalen gezicht leverde ik de visjes af …maar wel met aan elke haar een zweetdruppel.

Ik kan nu met de ogen dicht een haring schoonmaken.

Fiona Klinge barst uit in een klaterende lach.

Op de middelbare school heb ik wel nagedacht of ik een ander beroep wou leren. Maar vis is mijn vak, mijn passie. Ik ben ermee opgegroeid, ik ben er goed in. Visboetiek Hendrik en Fiona is een begrip. Mijn vader was jarenlang een markante figuur in Musselkanaal. Hij was maatschappelijk actief. Bij ons aan de Sluisstraat stond de deur altijd open, het was de zoete inval.

Al sinds mijn negentiende vorm ik samen met mijn vader een vof, ik ben dus niet zijn hulpje, maar zijn compagnon. Hij loopt tegen de zeventig, heeft zich grotendeels teruggetrokken. Feitelijk ben ik sinds een paar jaar eindverantwoordelijk, vijf dagen in de week sta ik in de kraam. Gelukkig ben ik niet alleen: Lydia Bos is mijn steun en toeverlaat. Wij voelen elkaar naadloos aan, de samenwerking is perfect.

Rhede

In 2008 kochten we een huis in de buurt van Rhede. Het was een oud, maar sfeervol pand uit ongeveer 1800. In zes maanden tijd hebben we het helemaal opgeknapt.

En nu ga ik binnenkort samenwonen met Robert. In een prachtig huisje aan de dijk dat hij heeft gekocht en samen met zijn moeder mooi maakt. En ik hoef er haast niks aan te doen. Ik voel me soms net een prinses. Ik hoef straks alleen maar mijn koffertje te pakken en ik ga met mijn drie katten die kant op. Als ik het er met vriendinnen wel eens over heb dat ik me daar wel een beetje ongemakkelijk bij voel, dan zeggen ze dat ik me er niet zo druk om moet maken, dat het me toekomt, omdat ik altijd zo hard gewerkt heb …

Robert

Na wat moeizame relaties was ik op mijn zesendertigste in 2013 al tien jaar single en dat beviel me uitstekend. En toen kwam Robert in de kraam. Mijn mond viel nog net niet open, maar ik dacht wel: ‘Zoooo … jij bent goed opgedroogd’.

Mijn vader zag het direct. En herkende hem ook meteen, niet zo verwonderlijk, want Robert heeft een kleurtje. Zijn vader is Moluks, zijn moeder komt uit Scheemda. Mijn vader zei: ‘Woonde jij in Hoogezand niet bij ons in de buurt?’ Bleek hij de mooie jongen te zijn waar ik als elfjarig meisje al helemaal week van werd. Hij werkte bij AVEBE en kwam een bestelling halen. En hij kwam steeds vaker. Onze relatie werd in het begin gelijk op de proef gesteld.

Rugoperatie

In 2015 ben ik aan mijn rug geopereerd. Ik kon niet meer lopen, mijn handen niet bewegen. De rug bleek deels versleten. Zeven Arabische chirurgen zijn negen uur bezig geweest. Ik heb onder andere een stalen plaat in mijn rug. Na een jaar revalidatie ging ik weer aan de slag. Er is sindsdien veel veranderd.

Voorheen kon ik me overal mee redden, nu moet ik vaker hulp vragen. Zwaar tillen is uit den boze. Lang autorijden gaat niet meer. In het verleden haalde ik zelf mijn vis uit Bunschoten en Spakenburg. Dan zat ik om 03.00 uur in de auto om op tijd eerste keus te hebben bij de vrachtwagens die mooie aanvoer uit Frankrijk brachten en om Hollandse vis te halen. Door die jarenlange contacten weten de jongens precies wat ik wil hebben en komen ze het mij tegenwoordig brengen.

Maar ik ben dankbaar dat ik weer zoveel kan. De viskraam is mijn leven. Ik hou van Musselkanaal. Ik hoor zoveel verhalen van klanten. Sommige ken ik al tweeëndertig jaar, heb hun ups en downs gedeeld. Ik heb nooit serieus overwogen om iets anders te gaan doen.

In het weekend experimenteer ik met visgerechten. Als een klant een bestelling doet van exotische vis dan neem ik wat extra en ga er thuis mee aan de slag. In de kraam verschalk ik zo’n vijftig harinkjes per week en twee of drie makrelen. Hartstikke goed voor de huid.

Samen genieten

Robert en ik willen wat meer gaan genieten. Het leven weer oppakken waar het met de operatie gestopt is. Paardrijden, wat ik vroeger graag deed, zal waarschijnlijk niet meer gaan, misschien een beetje voorzichtig de natuur in rijden en daar kan ik ook al tevreden mee zijn.

Op de dag dat ik geopereerd werd zouden we vertrekken voor een reis naar Thailand en Indonesië. Onze droom is om dat binnenkort in te halen. En dan willen we ook de familie van Robert op de Molukken bezoeken. Noodgedwongen zal dat niet meer zo lekker vrij en met een rugzakje kunnen. Het moet wel allemaal wat comfortabeler en dat zal wel even wennen zijn.

Rie Strikken