Column Rie Strikken | Werkdruk

Mijn ambulante pedicure is van het slag 'niet lullen maar poetsen'. Maar áls ze wat zegt dan is het raak. Het klikte vanaf onze allereerste ontmoeting. Ze plant mij altijd als laatste in haar route, zodat wij na de behandeling uitgebreid kunnen bijkletsen. De afgelopen twintig jaar hebben wij lief en leed met elkaar gedeeld. Problemen van de kinderen, geluk met de kinderen, huwelijkscrises, geboortes, overlijden. Kortom, wat in een mensenleven zo op je pad kan komen.

Vaardig en bedreven behandelt ze mijn voeten. Als ze klaar is ruimt ze haar instrumenten op terwijl ik koffie zet. Traprenovatieholland is bij mij aan het werk en de heren lusten ook wel een bakkie. We praten met zijn vieren over koetjes en kalfjes. Als de klussers weer aan het werk gaan worden Stien en ik eindelijk elkaars maatschappelijk werkster.

"Hoe is het hier?" "Best. En met jou?" "Ook best. Nou ja, dat is te zeggen, met mijn dochter is het een gedoe. Ik kan nu zo’n beetje lopend met haar naar het Refaja. Maar in het vervolg moeten we naar Emmen. Zij wil graag bij haar dokter blijven, maar ik heb liever dat ze naar Scheemda gaat. Dat past beter in mijn planning. Als ik naar Emmen moet kost me dat een hele dag.

Ik snap er trouwens niks van. In de krant staat dat de kraam- en kinderafdeling gesloten worden, maar volgens mij wordt de zaak hier helemaal uitgekleed. Ik was vorig weekend op bezoek op een afdeling. Dat zag er zó verlaten uit.

Heb je dat stuk in het nieuwsblad gelezen? Van die gynaecoloog? Waarin ze goedpraat dat de afdelingen van hier naar Emmen moeten. Heeft met de werkdruk te maken. Ze wordt zelfs nog in haar tentje aan de Dordogne om advies gevraagd door collega’s. Ik dacht bij mezelf: hoe zou boerin Agnes dit lezen? Die maakt al jarenlang dagen van veertien uur en is 24 uur per dag stand by voor haar kalvende koeien. Voor een loon waarvan ze waarschijnlijk nog geen dagje Wildlands kan betalen, laat staan een vakantie naar de Dordogne. En wat dacht je van die jongens?"

Ze duidt met haar hoofd in de richting van mijn hal, waar klop- en boorgeluiden vandaan komen.

"Nou", zeg ik. "Die beginnen om half acht. En zelfs bij 31 graden zetten ze stug door. Tot vijf uur. Zó precies, vakwerk! ‘s Avonds doen ze acquisitie en in het weekend de boekhouding. Maar ze zijn blij dat ze heelhuids door de crisis zijn gekomen. Ik ook trouwens. We weten eigenlijk allemaal wel dat we sinds de crisis gewoon harder moeten werken voor hetzelfde geld."

"Bijna allemaal", zegt Stien. "Die gynaecoloog niet. Maar daar zal wel wat anders spelen, want van hard werken is nog nooit een mens overspannen geworden. Van frustratie wel. Nou, laten we een nieuwe afspraak maken, ik moet op huis aan."

Ik begeleid haar naar buiten.

"Het is maar goed dat je niet overal zo lang bent", zeg ik met een knipoog. "Zo word je nooit rijk."

Over haar schouder kijkt ze mij aan en zegt: "Ik bén rijk. Ik kan gaan en staan waar ik wil, ik kan eten en drinken wat ik wil en ik kan zeggen wat ik wil!"